de afrikaanse man
Hij kwam tegenover me zitten in de metro. De donkere Afrikaanse man met bloeddoorlopen ogen, vieze kleren aan en een stank die om hem heen hing en zo erg was dat je het waarschijnlijk twee coupés verder nog kon ruiken. Even dacht ik er aan om op te staan, maar ik was moe en de metro vol. Daarom verstopte ik mijn neus maar in mijn shawl waar de geur van mijn parfum zo ernstig in hangt dat die de zweetstank voor ongeveer dertig procent kon verbloemen.Er lag een flesje spa blauw op de stoel naast hem. De man pakte het flesje, hield het omhoog en keek vragend naar mij. Ik schudde van nee, als teken dat het flesje niet van mij was. Twee Afrikaanse vrouwen zaten naast me in het vierzitbankje. De Afrikaanse man vroeg in een taal die ik niet verstond of het flesje soms van hun was. Ook zij schudden van nee. Toen gooide hij het flesje op de stoel naast me. Geërgerd keek ik hem aan. Op de stoel naast me stond namelijk mijn tas.
De man probeerde in het Afrikaans een gesprek met de vrouwen aan te knopen. Zij hadden hier duidelijk geen behoefte aan en kletsten door met elkaar. Hij deed alsof hij het niet begreep en praatte door.
Zijn nepleren jas was op diverse plekken gescheurd. Op zijn spijkerbroek zaten gele plekken. Hij had zich al een paar dagen niet geschoren en de zool van een van zijn gympen hing er half af.
Toen hij eindelijk leek door te hebben dat de vrouwen hem negeerden, keek hij woest voor zich uit en brabbelde wat in zichzelf. Zijn bloeddoorlopen ogen stonden droevig maar ook verward.
"Wat gaat er in zijn hoofd om", vroeg ik me af. In mijn hoofd bedacht ik zijn geschiedenis. Uit Afrika vertrokken vol met idealen. Misschien was er in zijn thuisland wel oorlog? Misschien is hij mishandeld of zijn zijn naasten vermoord. Die naasten waar hij zo van hield. Zijn liefde die hij achter moest laten. Net zoals zijn geliefde thuisland. Hij mistte de geuren, de mensen, het eten. Nederland bracht hem niet wat hij ervan verwacht had. In plaats van de zon waar hij zo van hield vond hij een koud land met veel regen. Hij zat hier illegaal en kon geen werk vinden. Daarom was hij maar gaan blowen. Naarstig probeerde hij vrienden te maken. Aansluiting te vinden bij mensen uit zijn Afrika...
Terwijl mijn fantasie met mij aan de haal ging en ik steeds meer medelijden met hem kreeg, haalde de man zijn neus op. Met een van zijn vingers hield hij zijn linkerneusgat dicht, hij blies door zijn rechterneusgat en geen seconde later lag er een klodder geel snot op de grond. Vlak naast mijn voet. Vol afschuw keek ik er naar en toen naar hem.
Ik stond op omdat de metro gelukkig bij mijn halte arriveerde. Toen ik de deuren openden wierp ik nog een blik naar achteren. De man keek hoofdschuddend voor zich uit en het leek of hij zat te neurieën.
In mijn hoofd neuriede hij de muziek uit zijn thuisland door en hij neuriet nog steeds. De Afrikaanse man met wie ik, wie hij ook is en waar hij ook vandaan komt, intense medelijden heb.
Al vijftien reacties
Trackback link: http://www.desalniettemin.com/pivot/tb.php?tb_id=716









