het Weer
Vanmorgen had ik een gesprek met het weer. Ik riep naar boven: "Hé joh weer, wat is er met je aan de hand? Ben je chagrijnig of zo?""Hoe bedoel je", vroeg het weer verbaasd.
"Nou, dit is toch geen zomer man. Kom op, je kunt veel beter".
"Ik weet niet waar je het over hebt", zei het weer nu een beetje beledigd.
"Je weet niet waar ik het over heb? Echt niet? In de zomer hoort het warm te zijn. Het zonnetje hoort te schijnen. Ik hoef toch verdomme mijn herfstkleren niet uit de kast te halen in augustus?"
"Oh is dat zo?"
"Ja dat is zo. En ik heb in Amerika allemaal fijne zomerkleren gekocht, slippertjes, rokjes en t-shirtjes en die voelen zich verwaarloosd. Die zijn een beetje boos dat ze daar maar in de kast moeten liggen. En ik spreek heus niet alleen voor mezelf. Ik spreek namens heel Nederland". De mensen om me heen begonnen nu heftig mee te knikken en het weer toe te roepen dat dat zo was. Dat zij het nu ook vervelend begonnen te vinden.
Het weer keek een beetje badinerend naar beneden. "Tjonge jonge jonge, stelletje zeikerds", mompelde het. "Ik dacht dat jullie dit wilden!"
"Hoe kom je daar nou weer bij? Dit willen we echt niet", riep ik met groot verantwoordelijksgevoel omdat ik nu namens iedereen sprak.
"Ik weet echt niet meer wat jullie willen. Een paar weken geleden maakte ik het nog heel warm, inclusief zonnetje en toen liep iedereen toch te zeiken zeg. Zo van: 'Sjonge, dit is wel heel warm. Als ik een stap verzet dan zweet ik al'. Of: 'In Nederland is het ook meteen zo benauwd als het warm is. Het kan nooit een beetje met mate'. En dan geef ik jullie lekker koel weer en dan is het weer niet goed. Gadverdamme zeg".
Een beetje schuldbewust keek ik om me heen. Mijn medemensen keken een beetje nonchalant om zich heen. Op een paar na, die leken zich ook schuldig te voelen. "Ja, dat is wel zo", mompelde ik een beetje.
"Het is gewoon nooit goed en daar word ik een beetje moedeloos van".
Ik knikte en had zowaar medelijden met het weer. Het deed zo z'n best en wij liepen maar de hele tijd te zeuren. "Dus het blijft nu zo", vroeg ik voorzichtig.
"Als jullie dit echt zo vreselijk vinden dan wil ik het best wat warmer maken. Zodat jullie 's avonds ook nog een beetje op een terrasje kunnen zitten en zo. En dat jullie zonder jas naar buiten kunnen. Is dat okay?"
Ik knikte enthousiast en de mensen om me heen ook. "Dat zou heel fijn zijn".
"Maarrrrrr", zei het weer nu heel bozig. "Als er ook maar één iemand gaat lopen miepen over dat het te warm of te koud is, dan is het over. Dan krijgen jullie alleen nog maar dit. Begrepen?!"
"We hebben het begrepen. Mag het dan nu weer mooi zijn? Ah, alsjeblieft".
"Morgenochtend is het mooi. Ik moet de boel eerst nog even opwarmen. Maar ik blijf bij wat ik zei. Als er iemand gaat lopen zeiken dan is het over met de pret".
"Goed, bedankt weer. Echt, we stellen dit enorm op prijs".
"Oh ja. Nog een ding. Jullie moeten me nog wat beloven. Als ik de zon weer laat schijnen dan wil ik niet meer meteen weer korte broeken en rokjes zien. Dat vind ik toch zo iets belachelijks. Jullie Nederlanders zien een straaltje zon en kleden jullie meteen alsof je aan de Costa del Sol bent en het dertig graden is. Walgelijk gewoon. Bovendien kan ik al die melkflesjes niet aan zien. Echt vreselijk vind ik dat".
En toen was het weer weg. Ik overlegde met de mensen om me heen. We beloofden elkaar dat we niet meer zouden zaniken als het eindelijk mooi en fijn weer was. We zouden niet meteen overdrijven met korte broeken en minirokjes. En we zouden het de rest van het land ook vertellen. Dat doe ik dus nu, bij deze. Ik hoop dat jullie het ook doorvertellen en je er aan houden. Ik wil namelijk dolgraag weer eens op een terrasje kunnen zitten. En jullie volgens mij ook.
Al 20 reacties
Trackback link: http://www.desalniettemin.com/pivot/tb.php?tb_id=478









