Categorie: default

03 Mei '07 - 23:55

Denkt u nog wel eens aan de oorlog?


Als vader weer bladert in zijn fotoboek
dan sta je versteld als hij weer vertelt
van de Weesperstraat en de jodenhoek
Als hij dan verhaalt hoe het leven begon
Bij het ontwaken, handel en zaken
Humor en gein, dat was de levensbron
En had je een dag eens geen mazzel gehad
dan 's avonds naar de Tip Top waar je 't sores vergat
Soms riep d'r nog een in het late uur:
IK heb mooie olijven en uitjes in het zuur

Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen
Amsterdam huilt en nog voelt het de pijn
Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen
Amsterdam huilt, want weg is de gein

Als vader verhaalt hoe de sabbath begon
dan sta je versteld als hij weer vertelt
hoe de voorzanger 'Adelchaim Millo' daar zong
met channuka gingen de kaarsjes weer aan
dan werd er gewenst, door God je gebenscht
en dat het een alle goed maar zal gaan
Voor er werd geplunderd en uitgeroeid
hebben daar jiddische Jé-ledjes gestoeid
Men noemde hen ras, oh God oh God,
waarom mocht het niet zijn zoals het er was?

Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen
Amsterdam huilt EN nog voelt het de pijn
Amsterdam huilt waar het eens heeft gelachen
Amsterdam huilt, want weg is de gein

Op vrijdagavond koegel en peren
Wie dat niet nascht, kan het ook niet waarderen
Het boek gaat dicht en met een traan in zijn ogen
fluistert hij: mazzel en brooche voor de hele misjpoge
Mazzel en brooche voor de hele misjpoge
Mazzel en brooche voor de hele misjpoge


Denkt u nog wel eens aan de Tweede Wereldoorlog?
Ik wel. Elke dag zelfs.
Als ik om de hoek fiets langs de Leksynagoge en besef dat de Rivierenbuurt vroeger de 'nieuwe' Jodenbuurt was.
Als ik langs de nu nog enige koshere slager van Amsterdam fiets.
Of langs het Merwedeplein waar Anne Frank ooit woonde, maar waar nu alleen nog een beeldje van haar staat.
Als ik over het Stadionplein loop, waarover mijn oma ooit vertelde dat daar de bewoners hun gordijnen dichtdeden als de Joden verzameld werden om op transport te gaan.
In de Gerrit van Veenstaat, waar mijn opa nog een middag werd vastgehouden op het SS-hoofdkwartier.
Als ik langs de Hollandsche Schouwburg fiets, waar ik de wanhoop van de mensen nog kan voelen.
Als ik op Amsterdam Centraal sta en besef dat vanuit daar de mensen weggevoerd werden, zonder ooit terug te komen.

Als ik aan tafel zit met mijn kleine familietje en er kaddish wordt gezegd voor hen die niet terugkwamen.
Als ik me voorstel hoe groot mijn familie was geweest als niet hetgeen was gebeurd waarvan men zich in zijn ergste nachtmerrie nog geen voorstelling van kan maken.
Maar het is wel gebeurd. En ik ben al derde generatie na de oorlog, maar ik denk er nog dagelijks aan.

Ik denk aan Heinz, broer van mijn opa. Hij stierf in Warszawa (Polen) tijdens een dodenmars. 35 jaar oud.
Ik denk aan Sylvia, de vrouw van Heinz. Zij overleed in 1943 in Auschwitz (Polen). Ze was 27 jaar oud en ruim een half jaar zwanger.
Ik denk aan Mozes, de vader van mijn opa. Hij overleed in 1942 in Assen omdat hij een hartaanval kreeg in de trein naar Sobibor. 65 jaar oud.
Ik denk aan Ida, de moeder van mijn opa. Zij overleed in 1943 in Sobibor. Ze was 65 jaar oud.
Ik denk aan Max, de vader van mijn oma. Hij werd in 1942 in Arnhem gefusilleerd als vergeldingsactie voor de moord op een NSB'er.
Ik denk aan Selma, de stiefmoeder van mijn oma. Zij overleed in 1943 in Auschwitz. 50 jaar oud.
Ik denk aan Caroline, de halfzus van mijn oma. Zij pleegde zelfmoord in 1979, omdat de oorlog nog steeds in haar zat. Zij was 38 jaar oud.
En ik denk aan al de neven, nichten, ooms en tantes, opa's en oma's van mijn grootouders. Bovendien denk ik aan mensen die ik niet gekend heb, maar wiens gezichten door foto's en verhalen tot leven komen in mijn hoofd. Zigeuners, homo's, geestelijk gehandicapten, verzetsstrijders en ga zo maar door.

Al heb ik de oorlog niet meegemaakt. Hij leeft nog in me. Of ik dat nou wil of niet, ik kan het toch niet tegenhouden. Het is gewoon zo. En ik wil het ook niet wegstoppen. Ik wil dat de mensen die vermoord werden, doorleven in mijn hart. En ik hoop met heel dat hart dat er nooit meer zoiets gebeurd.
Er is niets zinlozer dan oorlog.


Categorie: levenstekens

02 Mei '07 - 17:46

mijn voormalige 'beste' vriendin

Terwijl ik me met de fiets door de menigte in de Marnixstraat probeer door te wurmen, word ik aan mijn mouw getrokken. Bozig kijk ik naar de boosdoener. Als ik zie wie het is, denk ik in eerste instantie: "Hé wat grappig", maar als in een reflex beginnen mijn hersenen meteen daarna smoezen te verzinnen om zo snel mogelijk weer door te fietsen.
Het is E, een oud-klasgenootje van de middelbare school, tevens bekend als kletsmajoor, roddeltante en mevrouw 'hoe maak ik een verhaal nog mooier dan het al is'.
"Hé E, hoe gaat het met jou dan", vraag ik op het zelfde moment dat ze om m'n nek vliegt me stevig vastpakt en drie zoenen geeft.
"Oh zo goed", schreeuwt ze uit. "En zo geweldig om jou weer een keer te zien!"
Ik ontworstel me uit haar wurggreep en wil het meisje dat naast haar staat een handje geven. Wel zo beleefd.
"F, dit is K, je weet wel, m'n béste vriendin van de middelbare school", roept E terwijl ze F zo ongeveer naar voren duwt.
Ik kan me niet herinneren dat we beste vriendinnen waren. Ik kan me überhaupt niet herinneren dat we vriendinnen waren. Klasgenoten, dat was het, verder niets.
"Nou het was leuk je weer te zien", probeer ik en ik heb het plan om direct weer op m'n fiets te stappen en weg te racen.
"Ja zo leuk", zegt ze. "Maar vertel.... wat doe je nu allemaal. En ben je getrouwd, verloofd, kinderen?"
Ik antwoord beleefd en voordat ik het zelf doorheb, zit ik in een kruisverhoor. Alles wil ze weten. Hoe het met mijn vrienden gaat. Wie ik nog allemaal zie. Of ze getrouwd zijn. Wat voor banen ze hebben. Hoeveel kinderen iedereen heeft.
Mijn verwoede pogingen om het gesprek te beëindigen, mislukken. Na een minuut of drie ben ik helemaal leeg en probeer ik me te herinneren of G de ex-vriendin van J, die weer een vriend van mijn vriend L is, ook al kinderen heeft. Ik besluit dat het genoeg is. Ik wil naar m'n vrienden en ik wil zeker geen herinneringen ophalen met E mijn zelfbenoemde beste vriendin van vroeger. En opeens weet ik de oplossing. E sprak nooit over zichzelf. Ze was altijd supergeïnteresseerd in wat iedereen altijd deed, maar als je bij haar wat verder doorvroeg klapte ze dicht.
"Hé E, maar nu even genoeg over mij. Hoe gaat het met jou? Wat doe je nu? Verliefd, verloofd, getrouwd?"
"Uh", stamelde ze. "Ik woon in Utrecht".
"Ja en", vroeg ik nog al dwingend.
"Och verder helemaal niet interessant hoor. Ik werk met kinderen en ik heb een hondje. En dat het is eigenlijk wel".
"Goh leuk joh", zei ik semi maar toch niet helemaal gemeend, want ineens had ik me toch zo'n ontzettende medelijden met haar. Vijftien jaar later begreep ik wat er aan de hand was. Zij, die zich altijd zo in anderen verdiepte, vond zelf niet dat ze een boeiend leven had en had het waarschijnlijk ook niet. Anderen gaven haar leven kleur. Hun verhalen maakte ze zich haar verhalen.
"Luister", zei ik terwijl ik op m'n horloge keek. "Ik had een vriendin beloofd dat ik om een uur bij haar kraampje zou zijn en ik ben al een half uur te laat. Veel plezier vandaag nog, jullie allebei".
Gelukkig begreep ze het en liet ze me gaan.
"Nou we bellen", riep ze toen ik wegfietste.
"Is goed", riep ik terug, want ik wist dat het niet ging gebeuren. Vooral omdat ze mijn nummer helemaal niet heeft.

Vanmorgen opende ik mijn mail. Ik had drie mailtjes, waaronder een van Hyves. 'E wil je toevoegen als vriend', stond er in de mail. Zonder na te denken ging mijn muis richting delete.
Medelijden is één ding, maar vrienden wil ik toch echt nooit met haar worden.