Categorie: levenstekens
30 Augustus '06 - 16:51
morgen
Morgen fiets ik voor het laatste keer naar werk.
Morgen parkeer ik voor het laatst m'n fiets in het hok.
Morgen haal ik voor de laatste keer mijn badge over het kastje naast de deur.
Morgen start ik voor de laatste keer mijn pc op en doe waar ik voor betaald krijg.
Morgen haal ik voor de laatste keer koffie en klets wat met collega's in de pantry.
Morgen lunch ik voor het laatst in de bedrijfskantine.
Morgen heb ik mijn afscheidsborrel en dito etentje.
Voor het laatst met mijn collega's op een kamer.
En hoewel ik niet kan wachten tot het morgen is, omdat ik opgelucht ben dat ik nu eindelijk de dingen ga doen die ik leuk vind, zal het ook wel pijn gaan doen. Ik ben een mensenmens en ik heb een aantal fijne mensen ontmoet op m'n werk. Mensen die ik ga missen als ik ze niet meer elke dag zie. Mensen die mij gaan missen. Mensen die mijn leven weer een beetje kleurden en andersom. Mensen die een plekje in mijn hart en herinnering krijgen.
Sommige mensen daar houd je contact mee, andere kom je sporadisch nog eens tegen. En met bepaalde mensen maak je de afspraak contact te houden, maar die zie je nooit meer. Zo gaat het nou eenmaal.
Nieuwe mensen ga ik ontmoeten, nieuwe paden gaan bewandeld worden en nieuwe deuren openen zich. Het gaat allemaal helemaal goed komen en ik heb er verschrikkelijk veel zin in. Maar dat is pas overmorgen. Als morgen gisteren is geworden.
Categorie: jeugd
28 Augustus '06 - 16:40
altijd
Ooit spraken we de woorden altijd tegen elkaar uit.
Jij en ik, wij zouden altijd bij elkaar blijven. 17 en 19 waren we en er lag nog een heel leven voor ons in het verschiet. Een heel leven samen, daar twijfelden we niet aan. Eerste stappen werden samen gemaakt. Voor het eerst ouders die elkaar ontmoetten. Voor het eerst op vakantie met een liefde. Voor het eerst officiëel. Voor het eerst echt. Voor het eerst een ring.
Wat een mooie herinneringen heb ik aan jou. Picknicken in een veld vol zonnebloemen. Eindeloze wandelingen over de Veluwe. Autopech in het midden van nergens en alleen maar de slappe lach krijgen. Naar Groningen om een weekend bij je te logeren. Jij die mij geen seconde uit het oog verloor op een feestje. Jouw blik altijd op mij gericht.
Maar de woorden die we elkaar beloofden, verloren hun betekenis. We groeiden steeds meer uit elkaar. Ik wilde niet meer bij je logeren en werd zenuwachtig omdat je me vertelde wat ik wel en niet mocht doen. Jouw blik begon me te ergeren. Ik wilde leven. Ik was jong en voelde me niet vrij. Na bijna drie jaar verbrak ik de relatie. Het duurde jaren voordat je weer tegen me sprak.
Ik weet hoe het met je gaat. Mijn ouders spreken je nog en je bent getrouwd met een geweldige vrouw en hebt een tweeling. Het gaat je goed en daar ben ik blij om.
Vandaag kwam ik je op straat zo maar tegen. Jij in een dure regenjas druk in gesprek met een andere dure regenjas. Je zag me niet eens. Ik wilde wat zeggen. Ik maakte zelfs al geluid. "Ho", en toen verstomde mijn stem nog voordat ik de i uitsprak. Je was druk aan het praten en ik besefte me dat ik je niet wilde storen. Alhoewel ik zeker weet dat je het leuk had gevonden. Ik vond het geen tijd voor smalltalk. Niet na al die jaren.
Die blik die me nooit uit het oog verloor, zag me nu niet eens op straat. Gek hoe het leven kan lopen. Jij bent nu niet meer wie je ooit was, behalve in mijn herinnering. Ik ben al tien jaar niet meer het meisje dat toen zo vol overtuiging altijd zei. Jij blijft nu altijd bij M en ik bij D. Maar de herinneringen blijven. Voor altijd. De herinneringen aan de beste eerste liefde die je je maar kunt wensen.
Categorie: levenstekens
25 Augustus '06 - 18:14
mijn hondenwens
Vroeger, toen ik nog thuis thuis bij mijn ouders woonde, moest ik altijd de honden uitlaten. Alles goed en aardig maar mijn ouders verwachtten ook nog van me dat ik een tijdje wegbleef, zodat de honden echt al hun behoefte gedaan zouden hebben en beweging kregen. Want dat hebben honden natuurlijk nodig, beweging. Ik vond het prima. Vooral toen ik stiekem ging roken, want dan was het een goed excuus om even peukje te doen. Ik begon het zelfs uit mezelf aan te bieden, dat hondenuitlaten. Wat mijn ouders toch op zich opmerkelijk hadden moeten vinden, want normaliter deed ik helemaal niets uit mezelf.
Toen ik eindelijk op mezelf ging wonen, wilde ik ook graag een hond. Ik ben namelijk diep in mijn hart een hondenmens, moet je weten. Maar ja, een hond op twee-hoog met een fulltimebaan dat gaat een beetje moeilijk. Daarom kwam er een kat. En later nog een. En gelukkig is die tweede net een hondje. Hij kan apporteren en komt als ik zijn naam roep, dus dat scheelt.
Maar toch bleef ik altijd een hond willen hebben. DLVML is een kattenmens en het idee van
ik wil later een hond (als we groot zijn), ging er bij hem niet in. "We hebben toch twee katten", daar kon ik me dan weer niet bij neerleggen. "Neehee, ik wil het. Echt. Ik wil ooit een hond. Een hond is anders als een kat! Ik wil het. Ik wil het. Ik wil het. Punt." Soms kan ik namelijk best transformeren in een onuitstaanbaar prinsesje.
Afgelopen weekend gingen we naar mijn ouders. En halverwege de dag gingen we gezellig met de honden wandelen. Mijn lief keek een beetje angstig naar het springende Rodesian Ridgebackkalf die hem toch elke keer weer probeert in zijn gezicht te likken of zo. Ik vond het wel aandoenlijk, die angstige blikken van mijn geliefde die zich toch ten opzichte van mijn vader groot wilde houden en een glimlach op zijn lippen perste. Maar goed we liepen verder en op een gegeven moment kwamen we bij een boom aan waar het Rodesian Ridgebackkalf tegenaan ging staan plassen. En wel minutenlang. En toen
moest ik ook. En ik herinnerde me opeens dat ik dat altijd al had gehad. Dat op het moment dat de grote hond ging plassen, ik ook naar de wc moest. Die halve sigaretten, haastig uitgedrukt. Het sjorren aan de kleine hond, dat we nu echt naar huis moesten. Het wanhopig roepen van de grote hond die op de een of andere rare manier altijd kwijt raakte, als bij mij de nood op z'n hoogst was. Het naar huis rennen en dan op het nippertje de wc halen. Elke keer hetzelfde ritueel. Vantevoren plassen had geen zin. Dan moest ik helemaal niet. Maar ik de hond zijn geklater hoorde dan was het bingo.
Honden zijn hartstikke leuk. Maar ik denk niet dat ik ze ooit ga nemen. Dat kan mijn blaas helemaal niet aan.

De honden van mijn ouders, toen het kalf nog een kalfje was.
Categorie: levenstekens
22 Augustus '06 - 17:27
de afrikaanse man
Hij kwam tegenover me zitten in de metro. De donkere Afrikaanse man met bloeddoorlopen ogen, vieze kleren aan en een stank die om hem heen hing en zo erg was dat je het waarschijnlijk twee coupés verder nog kon ruiken. Even dacht ik er aan om op te staan, maar ik was moe en de metro vol. Daarom verstopte ik mijn neus maar in mijn shawl waar de geur van mijn parfum zo ernstig in hangt dat die de zweetstank voor ongeveer dertig procent kon verbloemen.
Er lag een flesje spa blauw op de stoel naast hem. De man pakte het flesje, hield het omhoog en keek vragend naar mij. Ik schudde van nee, als teken dat het flesje niet van mij was. Twee Afrikaanse vrouwen zaten naast me in het vierzitbankje. De Afrikaanse man vroeg in een taal die ik niet verstond of het flesje soms van hun was. Ook zij schudden van nee. Toen gooide hij het flesje op de stoel naast me. Geërgerd keek ik hem aan. Op de stoel naast me stond namelijk mijn tas.
De man probeerde in het Afrikaans een gesprek met de vrouwen aan te knopen. Zij hadden hier duidelijk geen behoefte aan en kletsten door met elkaar. Hij deed alsof hij het niet begreep en praatte door.
Zijn nepleren jas was op diverse plekken gescheurd. Op zijn spijkerbroek zaten gele plekken. Hij had zich al een paar dagen niet geschoren en de zool van een van zijn gympen hing er half af.
Toen hij eindelijk leek door te hebben dat de vrouwen hem negeerden, keek hij woest voor zich uit en brabbelde wat in zichzelf. Zijn bloeddoorlopen ogen stonden droevig maar ook verward.
"Wat gaat er in zijn hoofd om", vroeg ik me af. In mijn hoofd bedacht ik zijn geschiedenis. Uit Afrika vertrokken vol met idealen. Misschien was er in zijn thuisland wel oorlog? Misschien is hij mishandeld of zijn zijn naasten vermoord. Die naasten waar hij zo van hield. Zijn liefde die hij achter moest laten. Net zoals zijn geliefde thuisland. Hij mistte de geuren, de mensen, het eten. Nederland bracht hem niet wat hij ervan verwacht had. In plaats van de zon waar hij zo van hield vond hij een koud land met veel regen. Hij zat hier illegaal en kon geen werk vinden. Daarom was hij maar gaan blowen. Naarstig probeerde hij vrienden te maken. Aansluiting te vinden bij mensen uit zijn Afrika...
Terwijl mijn fantasie met mij aan de haal ging en ik steeds meer medelijden met hem kreeg, haalde de man zijn neus op. Met een van zijn vingers hield hij zijn linkerneusgat dicht, hij blies door zijn rechterneusgat en geen seconde later lag er een klodder geel snot op de grond. Vlak naast mijn voet. Vol afschuw keek ik er naar en toen naar hem.
Ik stond op omdat de metro gelukkig bij mijn halte arriveerde. Toen ik de deuren openden wierp ik nog een blik naar achteren. De man keek hoofdschuddend voor zich uit en het leek of hij zat te neurieën.
In mijn hoofd neuriede hij de muziek uit zijn thuisland door en hij neuriet nog steeds. De Afrikaanse man met wie ik, wie hij ook is en waar hij ook vandaan komt, intense medelijden heb.
Categorie: jeugd
20 Augustus '06 - 11:56
het verstandig zijn
Toen ik elf jaar oud was, gingen vrienden van mijn ouders trouwen. Ik zou tijdens de receptie bij het gastenboek zitten en mijn moeder had speciaal voor deze gelegenheid een geel jurkje gekocht. Zachtgeel met een grote vlinder op de borst, ik weet het nog goed. In mijn herinnering is het echt een afzichtelijk jurkje met pofmouwen en de hele rattaplan, maar dat zal wel meegevallen hebben.
Op de ochtend voor het huwelijk voelde ik me niet lekker, ik was een beetje misselijk en ik zag een beetje geel. Dat laatste was mijn ouders ook al opgevallen, maar zij dachten dat dat aan het jurkje lag. Dat ik door het vlinderjurkje helemaal een beetje geel uitsloeg.
Vlak voor we de auto in moesten om naar het stadhuis te gaan, begon ik opeens enorm over te geven. De rest van de dag lag ik in bed terwijl er beneden een oppas tv zat te kijken en de rest van mijn familie naar het huwelijk was gegaan.
De volgende dag kwam de huisarts, die al snel de conclusie trok dat ik geelzucht had. En het was zelfs zo heftig dat mijn hele familie inclusief iedereen die vaak bij ons over de vloer kwam, preventief ingeënt moest worden.
Vriendinnetjes mochten niet meer langs komen, want ik was veel te besmettelijk. In plaats van spelen met vriendinnen, schreven we nu brieven naar elkaar. Halve dagboeken waren dat. En omdat ik alleen heel mager mocht eten en dus vooral geen snoep, smokkelden mijn vriendinnetjes in hun pakketjes met boekjes, brieven en knuffels die ze voor me maakten ook stiekem raiders en marsen mijn huis in. En die at ik dan stiekem op. Enorm slecht, maar dat besef heb je dan natuurlijk nog niet.
Op een dag lag ik op de bank in de woonkamer een boekje te lezen, toen mijn moeder opeens zei: "Kaat, kijk eens naar buiten". Ik keek uit het raam de tuin in. En daar bij het tuinhek stonden mijn vriendjes en vriendinnetjes in een rijtje naar me te zwaaien. Ik lachtte en zwaaide terug. Opeens hielden ze een soort spandoek opmhoog met de tekst: "Kom je snel weer spelen?"
Na een maand aan huis gekluisterd te zijn, ging het al weer wat beter. En dat was maar goed ook want ik ging met de zesde klas op zesde klas-kamp naar Giethoorn. Maar mijn moeder was onverbiddelijk. "Je kan je dan wel beter voelen, maar je bent nog wel ziek. Het lijkt me beter als je niet gaat".
Tranen met tuiten, huilde ik. Ik zou de happening van mijn hele lagere school looptijd gaan missen. Het zesde klas-kam naar Giethoorn, waar we al jaren de mooiste verhalen over hoorde van de leraren. Onze huisarts had medelijden. "Ze is niet meer besmettelijk en als ze daar een beetje rustig aan doet, kan ze best een paar dagen gaan", vertelde hij mijn ouders die natuurlijk ook met pijn hun hart naar mijn huilbuien hadden gekeken.
Een paar dagen later zat ik in de auto naar Giethoorn. Samen met M, een klasgenootje die zijn arm had gebroken en dus ook niet meteen mee mocht op kamp, zat ik achterin.
In Giethoorn deed ik natuurlijk helemaal niet rustig aan. Ik had ruim een maand thuis gezeten en al de energie die ik opgespaard had, kwam er uit. Vol overgave stortte ik me in de spelletjes, speurtochten en het nachtelijk uitbreken naar de jongens.
Na het kamp was er niks meer van me over. Vervolgens duurde mijn geelzucht nog weken langer, maar dat maakte niet uit. De ervaring van mijn leven had ik meegemaakt.
Gisteravond om elf uur sms'te schoonzus A dat ze op de Parade waren en of we zin hadden om ook te komen. DLVML waren naar mijn ouders geweest en net terug. "Ga jij maar hoor", zei ik tegen hem. "Ik kan niet meer en ik wil de laatste weken op werk niet doodmoe rondlopen". "Dan ga ik ook niet. Ik ben ook moe en misschien kunnen we morgen dan wat leuks gaan doen".
En zo geschiedde. We bleven thuis. En toen ik in bed lag, had ik al spijt. Ik had me voorgenomen één keer dit jaar naar de Parade te gaan en dat was er niet meer van gekomen.
Als ik vandaag uit het raam kijk naar de herfstige straten en de regen die met bakken uit de hemel komt, dan zit dat wat leuks doen er vandaag ook niet in.
Wat is het toch jammer dat je soms niet meer eens lekker kinderlijk kan zijn. Waar is dat toch gebleven? Waarom lost dat vermogen tegelijkertijd op met de verplichtingen waar je aan moet voldoen.
Want soms zou het wel weer fijn zijn om me onverstandig te gedragen. Weer even kind te zijn en te voelen. Me gewoon over mijn moeheidsgrens heen te zetten en de verplichtingen die nog gaan komen voor lief te nemen.
Categorie: levenstekens
13 Augustus '06 - 11:38
het huwelijksaanzoek
"Dat zijn mijn papa en mama, toen ze gingen trouwen. En weet je? Op een dag gaan wij ook trouwen, jij en ik".
We bladeren door het nieuwe trouwalbum van mijn schoonzus en zwager en N, DLVML's kleine neefje van drie, zit op mijn schoot. A, mijn schoonzus en N's moeder, kijkt over m'n schouder mee en begint heel hard te lachen. "Nou N, dat gaat oom D niet leuk vinden, als jij met Kaat gaat trouwen".
N kijkt me serieus aan. "Nee", vraagt hij.
"Ik denk niet dat hij dat leuk vindt nee. Want hij wil ook met me trouwen, maar jij mag wel komen op ons huwelijk, dan ben je bruidsjongetje of zo".
Teleurgesteld werpt hij een blik op het album en daarna naar mij. En dan springt hij van mijn schoot af en begint hij z'n broertje te terroriseren.
De rest van de avond vindt hij me een stuk minder lief en als hij weggaat krijg ik geen kusje meer.
Hij lijkt oprecht teleurgesteld.
Ik ben benieuwd hoe hij hier over denkt als hij zestien is en ik vijfenveertig.
Categorie: levenstekens
09 Augustus '06 - 21:01
het jongetje, de dvd en het ijsje
"Dat is dan twintig euro", hoor ik het kassameisje tegen het Marokkaanse jongetje voor me zeggen.
"Vijftien toch", zegt het jongetje vragend.
"Alleen mét airmilespas", antwoordt het meisje triomfantelijk.
"Oh", zegt het jongetje beteuterd.
Ik bekijk hem met een half oog.
"Ik heb maar vijftien euro bij me".
"Het is toch echt twintig euro".
Hij houdt de The Chronicles of Narnia DVD stevig vast en het lijkt of z'n lipje al begint te trillen.
"Weet je wat", meng ik me tussen beiden. "Ik heb een airmilespas, hij mag de mijne wel gebruiken.
Het kassameisje kijkt me geërgerd aan. "Dat kan niet want dan gaat het van jouw saldo af".
Nu wordt ik toch een beetje bozig. "Ik bied het toch aan. Dan gaat het maar van mijn saldo af, dat beslis ik zelf wel". Ik overhandig haar mijn pas.
Het jongetje kijkt me blij aan. "Dank u wel mevrouw".
Het kassameisje haalt mijn pas door haar apparaat. "Postcode en huisnummer", vraagt ze bot.
Ik noem mijn de door haar gevraagde informatie op en frummel ondertussen aan mijn ketting met Davidster zodat het voor het jongetje duidelijk wordt dat een Joodse mevrouw hem geholpen heeft en dat wij Joden dus heus nog wel goede dingen doen, dan Moslimlanden bombarderen en bloed van onschuldige Moslimkinderen drinken.
"Hij werkt niet", zegt het meisje.
"Oh dat kan kloppen. Ik ben net verhuisd, misschien staat hij al op m'n nieuwe adres", zeg ik en ik noem m'n nieuwe adres op.
Ze haalt de pas er nog een keer doorheen. "Het werkt nog steeds niet. We hebben denk ik een storing. Anders moet je het even bij de sigarettenbalie proberen".
"Okay", zeg ik. Ik wend me tot het jongetje en vertel hem dat ik even m'n boodschappen afreken, daarna bloemen ga halen en met hem zijn DVD bij de sigarettenbalie afreken.
"Ik draag uw tas wel", zegt het jongetje als ik naar de bloemen loop.
"Dat hoeft niet hoor. Maar als je er even op past, dan haal ik even bloemen".
Even later staan we samen bij de sigarettenbalie. Maar als ik daar mijn pas overhandig, blijkt dat er een algemene storing is.
"Kan je die DVD dan niet voor een keer voor vijftien euro meegeven", probeer ik nog. "Dan schrijf je m'n gegevens maar op en dan kom ik morgen wel terug".
Maar ook dit meisje is onverbiddelijk. "Dat mag niet. Sorry".
"Het spijt me", zeg ik tegen het jongetje. "Ik kan je niet helpen". Even speelt de gedachte door m'n hoofd om hem die vijf euro te geven, maar als ik denk aan de stapel rekeningen die naast mijn PC liggen, bedenk ik me dat dat even niet handig is.
"Toch heel erg bedankt", zegt het jongetje. "U kan er ook niks aan doen".
Bij de uitgang zwaaien we nog even naar elkaar. En eigenlijk was ik het jongetje al weer vergeten. Totdat ik vanavond bij de avondwinkel naar binnenliep. Ik bestelde een pakje rode Gauloises en terwijl ik sta af te rekenen, word ik opeens enthousiast door een jongetje begroet. Het Marokkaanse jongetje van de DVD. "Dat is die lieve mevrouw uit de Albert Hein baba", zegt hij tegen z'n vader die achter de kassa staat. "Die mevrouw van de DVD".
"Ooooh", roept zijn vader blij. "Jij krijgt een ijsje van mij!"
"Heel erg aardig van u", antwoord ik. "Maar ik hoef geen ijsje hoor".
"Jawel, jij pakt een ijsje. Van mij. Gratis".
Hij zegt het zo dwingend dat ik toch maar naar de ijsvrieskist loop. Het jongetje loopt met me mee. "En heb je de DVD nou", vraag ik hem.
"Ja, die heb ik ergens anders gekocht voor dertien euro".
"Wat goed", roep ik.
"Maar het was een stomme film. Wil je hem lenen?"
"Nee dat hoeft niet hoor, maar toch bedankt".
Bij de deur zwaait hij me uit. "Tot ziens", roept hij me na.
"Tot ziens", roep ik terug.
Waar een beetje hulpvaardigheid al niet goed voor is. Ben ik op een doodgewone woensdagavond opeens vrienden met het ongeveer acht jaar oude jongetje van de avondwinkel en zijn vader.
Categorie: gezien
07 Augustus '06 - 19:25
ramptoeristen
Afgelopen week was er iets gebeurd in de straat naast de mijne. Politie, brandweer en een ambulance stonden voor een huis geparkeerd en de dienstdoende agenten, brandweermannen en ambulancemedewerkers liepen druk heen en weer.
Tot nu toe weet ik nog steeds niet wat er nou aan de hand was. Op AT5 heb ik niks voorbij zien komen en het Parool lees ik niet dagelijks. Zaak gesloten voor mijn part, want erbij gaan staan kijken dat weiger ik. Waarom? Omdat ik een pishekel heb aan ramptoeristen. Toen ik langs de onheilsplaats stond, viel me eigenlijk pas op dat er iets aan de hand was door de hordes mensen die zich aan de overkant van de straat hadden gepositioneerd en met nieuwsgierige blikken het schouwspel volgden. Oude mannetjes, vrouwen met kinderen, een man met een hond en ga zo maar door. Allemaal vol sensatiezucht kijken of ze iets van een gewonde of misschien zelfs een dode konden opvangen. Bah! SBS6-campingzender-kijkers dat zijn het. En ik verafschuw die mensen.
Toen jaren geleden de manege waar mijn paard stond afbrandde, kon de brandweer niet eens goed zijn werk doen omdat de campings die naast mijn manege lagen, waren leeggestroomd en er zo'n honderd mensen niks van het spektakel wilden missen. Uiteindelijk moest de politie de plek afzetten zodat de brandweer er goed door kon. Ik, die in paniek naar de manege was komen fietsen om te kijken of mijn paard niks had, mocht er niet eens bij. En terwijl ik daar stond te wachten met wat manegevrienden hoorde ik mensen dingen zeggen als: "Mooi hè zo'n brand" en "Zouden er dooien zijn". Het koste me enorme moeite om me te beheersen en niet zo'n glimmend trainingspak bij z'n nekvel te pakken en zelf in het vuur te duwen. Gelukkig bleek mijn paard niks te hebben, maar een groot aantal paarden had brandwonden en de manegpoezen zijn nooit meer teruggevonden.
Vandaag keek ik een stukje op TV over de ingestorte trap in Utrecht. Weer zag ik een fiks aantal mensen al dan niet met een ijsje in de hand naar de rampplek kijken. Ik keek naar de gezichten en bedacht me opeens dat dit toch wel mensen van het laagste allooi moeten zijn. Mensen in wiens leven werkelijk helemaal niks gebeurd en die dan in hun vrije tijd naar een ingestorte trap gaan kijken. Mensen die dachten: "Pfff er is helemaal niks op TV, even kijken of ze nog een gewonde uit het water hebben weten te vissen". Erg treurig en erg naar. En ik ben dus heel benieuwd hoe die fucking ramptoeristen zichzelf zouden voelen als hun iets zou overkomen en andere mensen hun rampspoed als sensatie zouden komen aanschouwen. Eigenlijk hoop ik stiekem dat alleen ramtoeristen dat overkomt.
Categorie: levenstekens
05 Augustus '06 - 09:18
Amsterdamse Humor
Ik tegen de tramchauffeur nadat ik zeker twintig minuten heb staan wachten terwijl deze tram zeker elke vijf minuten hoort te rijden: "Tjonge, jonge, jonge, waar bleef je? Ik heb echt eindeloos op je staan wachten!"
Tramchauffeur: "Meid, ik ken je pas dertig seconden, maar je doet me nu al aan m'n ex-vrouw denken."
Categorie: jeugd
02 Augustus '06 - 20:14
de potloodventer
Ik denk dat ik een jaar of acht was. Een vriendin van mijn ouders was zwanger en mijn moeder vroeg aan me of ik eigenlijk wel wist hoe vrouwen zwanger werden. Ik antwoordde dat ik dat wel wist. Want ik dacht namelijk dat de papa naar de winkel ging om zaadjes te kopen en die gaf hij dan aan de mama. De mama slikte die zaadjes door en in de buik werden die zaadjes dan steeds groter (vandaar dat de buik ook dikker werd). Uiteindelijk werden die zaadjes dan een baby en die werd dan 'hopla' negen maanden later geboren.
Hoe ik aan deze theorie gekomen ben dat weet ik niet meer. Waarschijnlijk was het een combinatie van diverse theorieën die in mijn hoofd een eigen leven zijn gaan leiden. De basistheorie kwam waarschijnlijk uit de tijd dat ik drieëneenhalf was en mijn zusje geboren werd.
Ik hoef jullie natuurlijk niet uit te leggen dat het verhaal van de zaadjes die doorgeslikt moesten worden niet klopte (alhoewel er natuurlijk nog hordes mensen rondlopen die denken dat je van orale sex zwanger kunt worden) en mijn moeder vond het dan ook tijd voor actie. En wel in de vorm van sexuele voorlichting. Ze kocht een boek en elke dag voor het slapen gaan behandelden we één onderwerp hieruit. Machtig interessant vond ik dat. Vooral de plaatjes. Geen genoeg kon ik ervan krijgen en als mijn moeder het licht uit had gedaan, bestudeerde ik de rest van het boek nog eens met een zaklamp onder de deken. De GVR, Kruistocht in Spijkerbroek en Grote Mensen daar kun je maar beter soep van koken moesten maar even wachten, de wereld van baby's, missionarisstandjes en potloodventers waren nu even het belangrijkst. Vooral dat laatste, die potloodventers, dat vond ik echt zo intrigerend. Ik weet nog precies hoe het plaatje eruit zag, met die man in lange regenjas. Maar waarom deed die man dat toch? Dat vond ik zo raar. Het bleef maar door m'n hoofd spoken. En toen uiteindelijk mijn eerste vriendinnetje een potloodventer zag, was ik haast een beetje jaloers. In de loop van de jaren had zo ongeveer iedereen om me heen wel een regenjasman gezien, behalve ik en daar baalde ik goed van. Tot ik op mijn veertiende tijdens een tienertour met vriendinnetje J Amsterdam aan deed. We liepen over het bruggetje bij het Vondelpark, ik weet het nog goed. En toen ventte opeens een man zijn potlood. Wij konden er alleen maar om lachen. Dat was mijn eerste ontmoeting met een potloodventer. En niet eens een met een regenjas aan. Hij droeg gewoon een shirt en een spijkerbroek vanuit waar hij opeens zijn toedeledokus tevoorschijn toverde. Hij speelde er een beetje mee en keek ons aan met een geile, soort trotse blik die vrijwel meteen verdween toen wij begonnen te giechelen.
Daarna heb ik er ook nooit meer een gezien. Maar ik denk er nog altijd aan als ik over het bruggetje van het Vondelpark fiets. Volgens mij bestaan ze niet eens meer, die potloodventers. Best jammer eigenlijk.