Categorie: levenstekens
31 Augustus '05 - 19:44
fuutfioew
Op teletekst zag ik dat het vandaag echt 29 graden zou worden. Ik had een lunchafspraak met een zakenrelatie en moest dus casual netjes. Mijn korte, zwarte, simpele, rouchesjurkje zou daar voor gaan zorgen. Ik deed m'n haar in een nonchalante staart maar pinde wel een schattig speldje in, deed make-up op en trok mijn comfortabele havaianas aan. Het geheel moest natuurlijk wel de illusie wekken dat ik niet echt mijn best had gedaan. Het resultaat mocht er wezen. Verkleed als een lekker wijf stapte ik de deur uit.
Op de eerste hoek ging het al mis. Er werd naar me gefloten. Door een man. Mannen mogen niet naar me fluiten. Ik heb daar een hekel aan. Een bloedhekel nog wel. Ik weet niet wat ze ermee willen bereiken, maar het heeft het waarschijnlijk het averechtse effect van wat ze ermee willen. Mijn nekharen gaan recht overeind staan, ik krijg kippevel en braakneigingen.
Tijdens mijn fietstochtje wat maar een half uurtje duurt, werd er vier keer naar me gefloten. Op de terugweg was het zelfs nog erger. Vijf keer. Negen keer werd er dus naar me gefuutfioewt. Getsiedekkie. Waarom zijn het nou nooit eens fijne, potentiële, intelligente, mooie, aantrekkelijke, charmante, bijzondere, schone, leuke of nette datekandidaten die naar je fluiten? Waarom is het altijd het type schorriemorrieman die ik toch nooit een blik waardig zou gunnen? Het type man wat jouw netvlies niet waard is? Het type waar ik nooit maar dan ook nooit mee zou afspreken? Heeft dat type testosteron in z'n ogen? Stijgt dat testosterongehalte synchroon met de temperatuur? Wordt het nog eens extra gestimuleerd bij de aanblik van een kort rokje? Kunnen dat soort mensen hun driften niet in bedwang houden? Ik weet het niet.
Aan de andere kant is het best vervelend dat de types fijne, potentiële, intelligente, mooie, aantrekkelijke, charmante, bijzondere, schone, leuke of nette datekandidaten niks laten merken. Dat die pas onopmerkzaam achterom kijken als jij het niet meer kunt zien. Dat die hun oerdriften blijkbaar heel goed onder controle hebben. Dat die je pas na een keer of tien benaderen.
Kunnen die types mannen niet wisselen van rol? Het zou het leven een stuk makkelijker maken. Ik doe toch verdomme niet voor niets m'n best er elke dag appetijtelijk uit te zien. Mannen. Ik zal die wezens geloof ik nooit helemaal begrijpen.
Categorie: levenstekens
30 Augustus '05 - 23:42
not meant to be
Mijn oud-collega en treinreisvriendinnen en M, D en ik hadden vanavond afgesproken op een terras. Even lekker borrelen, eten en bijkletsen. Gezellig, gezellig en nog eens gezellig. We bespraken collega's, de zwangeren, de niet verlengde contracten en onze liefdeslevens, al waren we over dat laatste vrij snel uitgesproken.
"Weet je wat trouwens wel bizar is Kaat? Er zit een nieuwe jongen in de trein. Best een lekker ding en die kom ik werkelijk overal tegen in de stad", zei M.
"En die jongen zat ook nog eens zes jaar bij mij in de klas", vulde D aan.
"Echt", vroeg ik.
"Ja echt. Het is te raar. Laatst fietste ik de meest bizarre route door Amsterdam, kwam ik hem drie keer tegen. Drie keer! In de Wolvenstraat, op de Centuirbaan en later weer in de Marnixstraat. Het was zo gek dat we er heel hard om moesten lachen".
"Volgens mij is het meant to be hoor M", giegelde D.
Ondertussen waren oud collegavriendin L met twee andere oud collega's, maar geen vriendinnen van M, D en mij, achter ons komen zitten. We zwaaiden naar L en ze kwam een praatje met ons maken. "Komen jullie bij ons zitten", vroeg L lief. "Er is genoeg plek". Alledrie keken we achterom en bijna tegelijkertijd antwoordden we dat we wel bleven zitten waar we zaten. L was namelijk met een meisje die we alledrie niet zo mogen en dat is nog licht uitgedrukt. L begreep de hint. "Dan kom ik wel af en toe met jullie kletsen. Goed?"
We knikten. Dat was wel goed ja.
Tijdens een van L's bijkletsmomenten later op de avond, zag D andere vriendinnen waar ze even bij ging staan. M, L en ik praatten geanimeerd verder en opeens kwam D met een samenzweerderige blik in haar ogen terug, kneep M in haar arm en knikte met haar hoofd naar een blonde jongen die aan kwam lopen en liep snel weer terug.
M werd ongemakkelijk. "Kaahaat", siste ze tussen haar gesloten lippen door. "Dat is hem".
"Wie is hem", vroeg L.
"De jongen die ik de hele tijd tegenkom. Je weet wel", fluisterde M.
"Oh, dieieieieie!"
De blonde jongen liep langs ons terrasje, knikte naar M en zei: "Het moet niet gekker worden zeg".
M gaf hem zijn charmantste glimlach en riep: "Nee, inderdaad".
De jongen liep met een boog langs het terras en wij volgden hem met onze ogen. En toen, en toen, ging hij aan L's tafeltje zitten en gaf het meisje die wij niet zo leuk vinden een zoen.
"Kut", zei L. "Die jongen, dat is de nieuwe vriend van S. Dat zei ze net. M'n nieuwe vriend komt zo".
"Neeeeee", riepen M en ik uit. "Hoe kan dat nou?"
"Ik weet het ook niet. Maar ik ga wel terug polshoogte nemen. Ik houd jullie op de hoogte".
L liep terug naar haar tafel en D nestelde zich weer bij ons. "Nou is het meant to be, of niet. Wat zei ik je?"
"Het is niet meant to be D. Ik vind hem opeens ook helemaal niet leuk meer".
"Huh? Waarom niet?"
M grinnikte een beetje. "Kijk eens naar achteren. De blonde god doet het met S. Nou wat zei ik je; oppeens niet zo leuk meer".
Verschrikt keek D achterom. "Neeeeee. Hoe kan dit? Wat een sukkel. Eigenlijk was hij vroeger ook nooit zo leuk".
Uit mijn ooghoek observeerde ik de jongen. Hij zag er best leuk uit. Maar die S aan zijn zij, dat kon echt niet.
"Eigenlijk heeft hij ook best stomme kleren", zei M.
"Hele stomme kleren", vulde D aan.
"Moet je hem nou zien met z'n stomme ruiten sokjes en z'n te bekakte overhemd".
We keken achterom. Hij had inderdaad stomme kleren.
"Maar het stomst is z'n vriendin".
Wij konden dat alleen maar beamen. Wat een stomme jongen zeg, met stomme kleren en een stomme vriendin.
Maar toch is het raar. Binnen twee minuten was de jongen getransformeerd van een blonde god in een sukkel. En dat alleen maar omdat hij een slechte smaak voor vrouwen heeft. Een hele slechte smaak zelfs. Terwijl L, onze vriendin, dat meisje best aardig vindt. Maar ja, die kennen we al wat langer. Die krijgt het voordeel van de twijfel.
Categorie: levenstekens
29 Augustus '05 - 17:52
mijn moeder en de houdbaarheidsdatum
Mijn opa en oma maakten net zoals vele andere opa en oma's de oorlog mee. Een van de ellendige tics die mijn oma aan de oorlog overhield was dat ze nooit eten kon weggooien. Oma voedde weer mijn moeder op en hoewel mams totaal niet op oma lijkt, kan ze tot op de dag van vandaag etenswaren niet weggooien. Ik ben het andere uiterste. Als iets ook maar een seconde over de houdbaarheidsdatum heen is, eet ik het van z'n lang zal z'n leven niet meer op. Hoeveel ruzies we daar over gemaakt hebben.
"Maham, geef je S nou melk die twee dagen geleden al niet meer gedronken mocht worden?"
"Die melk ruikt niet zuur, dus die kan best nog wel. Ze gaat er heus niet dood aan".
Ik boos.
Of ik deed wat mosterd op m'n kaas. Zaten er allemaal schilfertjes in. Checkte ik de houdbaarheidsdatum, bleek die mosterd tot en met augustus 2003 te kunnen. Terwijl het moment van de mosterd op mijn kaas doen, september 2004 was. Woest kon ik daar om worden. Mijn moeder antwoordde standaard: "Daar ga je heus niet dood aan".
Toen ik een paar maanden geleden mayo op mijn friet wilde doen die in de vorige eeuw al niet meer gegeten mocht worden, was de maat vol. Voortaan zou ik alles dubbelchecken voordat ik het in mijn mond stopte.
Gistermiddag gaf mijn oom een feestje ter ere van zijn zevenstigste verjaardag. Rond een uur of drie, kwam ik bij mijn ouders thuis. Ik had als ontbijt alleen maar twee plakjes ontbijtkoek gegeten en had berehonger. Ik pakte pita's, salami, augurk en ketchup en keek of alles nog wel kon. Alleen de salami was dubieus want die was al open. Ik nam het risico.
Na mijn lunch gingen we naar het feestje, waar we fiks aantal uur later een Oosters buffet te eten kregen.
Rond een uur of een vannacht werd ik wakker. Omdat ik droomde dat mijn maag explodeerde of zo. Ik had me toch een kramp. Vervolgens moest ik elk half uur naar de wc. Met geen mogelijkheid kon ik nog lekker liggen, alles deed pijn. Vanmorgen belde ik mijn ouders: "Hebben jullie ook last van je maag?"
"Nee", antwoordde mijn vader. "Hoezo?"
Ik vertelde van mijn beroerde nacht en dat ik nog steeds kramp had.
"Ik zou toch maar even de dokter bellen K", hoorde ik mijn moeder op de achtergrond.
Rond elven kon ik bij de dokter zijn. Alles duidde op een kleine voedselvergiftiging volgens hem.
Thuisgekomen belde ik mijn ouders.
"Voedselvergiftiging pap. Ik mag vandaag niks eten, alleen maar crackers, bouillon, thee en lauw water".
"Toch gek. Want wij hebben hetzelfde gegeten. Of niet?"
En toen hoorde ik mijn moeder op de achtergrond roepen. "Aan die salami kan het niet liggen hoor. Die heb ik zelf vandeweek nog gegeten. Nee, die kan het niet zijn".
Eigenlijk was ik de salami zelf al een beetje vergeten. Maar door het aanhalen van mijn moeder werd ik achterdochtig.
Een paar uur later belde ze me op. "Hoe voel je je nu?"
"Beroerd".
"Moet ik bij je langskomen?"
"Nee, dat hoeft nou ook weer niet".
"Ik heb er nog eens over nagedacht, maar wat heb je nou allemaal gegeten gisteren? Waar kan je nou ziek van geworden zijn?"
"Mam, ik heb echt geen idee".
Een paar uur later belde weer op. "En....hoe voel je je nu? Nog steeds geen hulp nodig?"
"Heel lief van je, maar nee".
"Weet je, ik denk dat het echt niet de salami was, want die rook toch nog goed?"
"Het is wel best mam. Ik ga hier geen blijvend letsel aan overhouden. Morgen ben ik weer de oude".
"Gelukkig. Je belt me als ik iets voor je kan doen hè?"
"Dat doe ik".
"Dag schat".
"Dag mam".
Toen we opgehangen hadden, moest ik een beetje grinniken. Mijn moeder is echt de liefste mama van de wereld. Maar 1 + 1 = 2. Bellen dat ze langs wil komen, terwijl ze echt niet om de hoek woont. Elke keer weer over die salami beginnen. Het arme mens heeft gewoon een schuldgevoel omdat ze me waarschijnlijk onbewust heeft vergiftigd. Nou kan ik haar natuurlijk geruststellen en zeggen dat ik niet denk dat het aan de salami heeft gelegen. Maar dat doe ik niet. Nu weet ik ten minste zeker dat ze me nooit meer iets te eten wat over de houdbaarheidsdatum heen is geeft.
Categorie: levenstekens
28 Augustus '05 - 23:59
de vieze man in de trein
Afgelopen vrijdagavond hadden we het er nog over gehad; mensen, en dan bedoel ik eigenlijk oude vrouwtjes en enge mannen, die in een lege trein juist tegenover jou gaan zitten. En wat denk je wat mij vanavond gebeurde? Juistem.
Ik stapte in het voorste treinstel, dat doe ik altijd, want het voorste treinstel stopt op Amstel ongeveer bij de trap. Maar op station Arnhem moet je voor het voorste treinstel een eindje lopen en daarom is het meestal leeg. In Ede-Wageningen stapte er een meisje in en ging in het vierzitje naast me zitten. Dat begrijp ik nog wel. Zo'n lege trein kan een beetje engig zijn.
In Utrecht stapte er een man in. Jaar of veertig, grijs, schmutzig en het type waarvan je hoopt dat hij meters bij je vandaan gaat zitten. Niet dus. Hij stopte bij het meisje en mij, keek even naar rechts, toen weer naar links en plofte op de bank tegenover me. Even twijfelde ik. 'Zal ik ergens anders gaan zitten', vroeg ik aan mezelf. Ik deed het maar niet. Geen zin en ergens wilde ik het meisje waarvan ik vermoedde dat ze bij mij juist veiligheid had opgezocht, niet in de steek laten. Met mijn iPod die Ramses Shaffy afspeelde op, staarde ik uit het raam. Het was donker buiten en in de ramen die spiegelden ving ik de mans blik. 'Niet terugkijken, kijk de leegte maar in. Fixeer je op de lichtjes buiten', sprak ik mezelf toe. En toen gebeurde dat waar ik dus echt niet op zat te wachten. Hij tikte op m'n knie. 'Oh nee. Geen zin in. Totaal geen zin in'. Ik wees naar m'n oordopjes en schudde 'nee'. Maar hij liet het daar duidelijk niet bij zitten. "Wat luister je", riep hij.
Met tegenzin haalde ik de oordopjes uit m'n oren. "Ik zit muziek te luisteren meneer".
"Ja maar ik ben zo benieuwd wat een stoot als jij zit te luisteren".
Kijk, complimenten zijn leuk. Maar niet van een vieze oudere man. En ik had al helemaal geen zin in een conversatie met deze engerd. "Als u het niet erg vindt", antwoordde ik. "Ik heb een beetje lange dag gehad en ik heb geen zin om te kletsen".
Boos keek hij me aan, maar voordat hij wat terug kon zeggen had ik mijn oordopjes al weer ingedaan en zette mijn iPod harder. De man draaide zich naar het meisje. "Waar ga je naar toe", hoorde ik hem door mijn muziek heen vragen. Stiekem was ik wel benieuwd of het meisje terug ging praten en dus draaide ik de volumeknop maar weer naar links.
"Ik heb eigenlijk ook niet zo'n zin om te kletsen", hoorde ik het meisje zeggen terwijl ze druk in de weer ging met haar mobiel. De man stond op en nestelde zich tegenover het meisje. En potjandrie zeg, hij legde zijn hand op haar knie. Dit kon Superhero Kaat natuurlijk niet laten gebeuren. Ik trok de oordopjes uit m'n oren en riep: "Luister, je hoort haar toch. Ze heeft geen zin om te praten en ik weet zeker dat ze geen zin heeft in jouw hand op haar knie. Ik begrijp sowieso niet waarom je juist hier gaat zitten. Ga je eenzaamheid lekker even ergens anders oplossen zeg. En als je nu niet optieft, ga ik de conducteur zoeken". De woorden schoten als giftige pijlen uit mijn mond. Ik schrok er zelf van. Maar het meisje knikte heftig en zei zachtjes: "Ik wil ook dat je weggaat". De man keek beduusd.
"Ik mag zitten waar ik wil, maar als jullie arrogante wijven er op staan dat ik wegga, dan ga ik wel hoor". Boos stond hij op en liep de wagon uit.
Ik haalde opgelucht adem en het meisje blijkbaar ook. "Dank je", zei ze. "Ik was expres bij jou gaan zitten, omdat ik hier altijd bang voor ben".
"Dat dacht ik al".
"Waar moet jij er uit?"
"Op Amstel en jij?"
"Ook op Amstel". Ik keek naar haar, ze leek een beetje bangig. "Je mag wel met me meelopen hoor".
"Graag", knikte ze enthousiast.
Ik ben 1 meter 58 en op station Amstel begeleidde ik een meisje van minstens 1 meter 75 naar de taxi standplaats. Soms vind ik mezelf best stoer.
Categorie: levenstekens
28 Augustus '05 - 10:59
mijn kater, de Mac en het kattige meisje
Gistermiddag voelde ik me niet al te best. De wijn van de avond ervoor was toch iets te veel geweest en als een halfdood vogeltje lag ik uitgeteld op de bank. Ik wilde wat gaan doen, maar kon mezelf nergens toe zetten. Uiteindelijk kreeg ik mezelf toch zo ver om me los te weken van de bank en mijn rondje Ferdinand Bol - Albert Cuyp te gaan doen.
In de HEMA werd ik al draaierig en brak het zweet me uit. Ik stond in de rij en de vrouw voor me dacht dat de sokken die ze wilde afrekenen maar 1 euro per paar waren. Dat bleek niet zo te zijn en daar wilde ze heel erg met mij over praten. 'Vriendelijk blijven', siste ik mezelf toe terwijl ik bang was dat ik out zou gaan. Snel rekende ik de wijn en de panty's uit mijn mandje af en liep naar buiten. Frisse lucht zou me goed doen. Dat deed het ook wel. Op de Albert Cuyp zocht ik twee bossen roosjes en een bos lelies uit. Mijn hand die de bloemenman het geld overhandigde, kon ik niet stilhouden. Het leek verdomme wel of ik Parkinson had. Hier zat maar één ding op; naar de MacDonalds. De Mac zou me wel over m'n kater heen helpen. Alleen stond er wel een rij van hier tot tokio. Eindelijk was ik aan de beurt. Een bloedmooi Surinaams Hindoestaans meisje met hele lichtbruine ogen en pikzwart haar hielp me. Hielp me, zeg ik. Maar daar was eigenlijk geen sprake van. Het bloedmooie meisje voelde zich duidelijk te goed voor de MacDonalds. Zou ik ook doen als ik een bloedmooi meisje in een MacDonaldspakje was geweest, maar ga er dan ook niet werken.
"Ik wil een gewoon Quarterpounder menu, dus niet zo'n grote", zei ik nog. "Met fritesaus en cola alsjeblieft. En ik wil het meenemen".
Zonder een woord te zeggen, liep het meisje naar de cola bekers en ik zag haar de grote maat pakken.
"Eh meisje. Een normaal menu hè, niet zo'n supersized geval".
Boos draaide ze zich om. "Zeg dat dan!"
'Laat maar', dacht ik nog.
Toen ze alles verzameld had, zette ze het op een dienblad. "Zo, dat is dan vijf euro dertig".
Ik had het geld al neergelegd en schoof het naar haar toe. "Ik wil het wel meenemen hè".
Arrogant keek ze me aan. "Had je dat niet even kunnen zeggen?"
"Eh volgens mij zei ik het hoor. Ik weet het eigenlijk wel zeker". De jongen die achter me stond viel me bij en riep dat ik het gezegd had.
Ze keek me aan alsof ik haar iets vreselijks had aangedaan en begon beledigd de papieren zakjes te pakken. De cola deed ze niet in een zakje, maar ik besloot hier niks van te zeggen. Ik had haar ondertussen ook al verteld dat ze de fritesaus was vergeten en wilde niet overkomen als een beroepszeiker.
Toen ze alles had ingepakt en de colabeker dus niet, vroeg ze: "Gaat het zo mee?"
Ik stond voor de balie met drie bossen bloemen, twee tassen van de Hema en een Longchamps tas in mijn hand. Er was niet echt ruimte over voor een colabeker en twee zakjes. "Wat denk je zelf", vroeg ik spottend.
Als blikken konden doden had ze me ter plekke vermoord. Ze zuchtte diep en pakte een tasje en begon in zichzelf murmelend mijn etenswaren in de tas te gooien.
"Weet je", zei ik. "Toen ik hier net aan kwam lopen, dacht ik, wat een mooi meisje. Wat doet die hier achter de balie van de MacDonalds?"
Vragend keek ze me aan.
"Misschien heb je je dag niet. Misschien voel je je te goed voor de Mac. Ik weet het niet. Maar als je je zo kattig blijft gedragen, kom je nooit achter deze balie vandaan". Ik wachtte haar antwoord niet af, griste mijn tas van de toonbank en liep de Mac uit.
Thuisgekomen bleek mijn beker cola omgevallen te zijn en door de hele tas gelekt te hebben. Gelukkig was het eten nog intact en goed genoeg om me over mijn kater heen te helpen. Ik hoop dat de volgende keer iemand die bij de Mac werkt me over de kater van het kattige meisje kan heenhelpen.
Categorie: levenstekens
27 Augustus '05 - 11:29
mijn Miu Miu laarzen
Anderhalf jaar geleden kocht ik in de opruiming prachtige Miu Miu laarzen. Afgeprijsd waren ze nog steeds even duur als een paar voor mij hele prijzige schoenen, maar dat deed er niet toe. Ik moest ze gewoon hebben. Liefde op het eerste gezicht.
Cognackleurig zijn ze en er zitten hakken van minstens tien centimeter onder wat voor een klein meisje een prettig bijkomstigheid is.
Toen ik ze net had, wilde ik ze niet al te vaak aan, want ze moesten natuurlijk mooi blijven. Laarzen van die prijsklasse wil je niet meteen afraggen. Dat zou zonde zijn.
De laatste tijd trek ik ze steeds vaker aan. Ten eerste omdat ik het nu juist zonde vind zulk mooi schoeisel in de kast te laten staan en ten tweede omdat als ik er een tijdje niet op heb gelopen, ik elke keer weer een inloopfase van een paar uur nodig heb. Ik loop best vaak op hakken, maar hakken van dergelijke hoogtes ben ik niet gewend. Als ik ze dan out of the blue weer eens aantrok dan liep ik de eerste paar uur weer te waggelen op mijn mooie laarzen. En waggelen is nou eenmaal niet zo charmant.
Maar nu ik ze op regelmatigere basis aantrek, heb ik daar geen last meer van. Momenteel kan ik me best beeldig voortbewegen op mijn Miu Miu's. Toch zijn er een paar dingen die ik in overweging neem, als ik ze aantrek. Ik ga een soort van lijstje af. Als eerste vraag ik me af of ik de bewuste dag veel moet staan. Als dat zo is dan kies ik voor een ander paar, want als ik op die hakken mijn voeten geen rust kan geven, dan wil ik ze de volgende dag het liefst amputeren. Hetzelfde geldt voor lopen. Ooit had ik ze aan op een avondje uit met een vriendin die in geen enkele kroeg de sfeer leuk vond. Steeds wilde ze ergens anders naar toe. Ik liep van hot naar her. Van de Pijp naar het Centrum en weer terug. Prima als je je vierdaagse schoenen aan hebt (die ik overigens niet heb), maar op design laarzen, is dat geen feestje voor je voeten. Bovendien had ik de volgende dag immense spierpijn in mijn kuiten en billen.
Ook trek ik de laarzen niet aan als ik weet dat het ergens heel druk gaat worden. Het is me al eens overkomen dat ik in zo'n bomvolle ruimte stond, dat er continu mensen op m'n tenen gingen staan. Dat vind ik al niet fijn als ik mijn oude afgetrapte laarzen aan heb, maar met dit paar aan mijn voeten, werd ik er lichtelijk panisch van. Elke keer als er iemand op me was gestapt, rende ik naar de wc's om te checken of ze niet beschadigd waren.
Gisteravond is er een extra punt op mijn lijstje met als onderwerp trek ik mijn prachtige laarzen aan bijgekomen. Ik ging bij Luna en haar partner P eten met S en L. Misschien zouden we nog even naar de uitmarkt gaan, maar ik ken dit soort avonden. Meestal is het thuis toch wel gezellig en ga je deur niet meer uit. Ik durfde het risico aan. Na m'n werk kleedde ik me thuis snel om, wurmde mijn laarzen over mijn spijkerbroek en stapte op de fiets. Ik had geluk. Het werd een fijne zitavond met veel flessen wijn en leuke gesprekken. Rond een uur of half drie stapte ik op mijn fiets op weg naar huis. Thuisgekomen plofte ik op bed. Ik probeerde mijn laarzen uit te trekken, maar kreeg er met geen mogelijkheid beweging in. Ze zaten te strak om mijn spijkerbroek. Hoe ik ze er ooit overheen had gekregen was echt een raadsel. Ik sjorde en sjorde, keek paniekerig naar de katten of zij me niet konden helpen en wilde al bijna bij de bovenburen aanbellen. Dat deed ik maar niet. Na, voor mijn gevoel, een half uur tijd had ik de ene laars een halve centimeter verder los gekregen en opeens schoot hij door. Joehoe, nu de andere nog. Aargh.
Mentaal briefje voor mezelf; trek de laarzen nooit meer over de donkerblauwe - nog - niet - kortergemaakte - en - dus - van - onder -omgeslagen - spijkerbroek heen. Of laat de spijkerbroek eens korter maken.
De moraal van dit verhaal: Het zijn prachtig laarzen, maar er komt nog al wat kijken bij deze kunstwerkjes op zich. En toch, als ik al mijn schoenen weg moest gooien en maar een paar mocht houden, wist ik het wel. Dan maar pijnlijke voeten, het zijn ten minste wel beeldige pijnlijke voeten.

Update 18:23: Op verzoek een foto voor de liefhebbers van mijn trots!
Categorie: levenstekens
25 Augustus '05 - 19:01
Goeddoenstokje
Een tijdje terug gingen er allerlei stokjes door logland. Muziekstokjes, levensstokjes, satéstokjes. Verzin een stokje en het kwam wel een keer bij je terecht. Ik hou niet van stokjes. Ik wil graag gewoon kunnen schrijven wat me wordt ingegeven en verder basta. Maar gisteravond kreeg ik opeens een briljant, al zeg ik het zelf, idee voor een stokje. Samen met Sas ging ik naar een prachtig concert van Janine Jansen en Mihaela Urseleasa in het Concertgebouw. In de pauze bespraken we een goed doel waar Sas zich voor in wil gaan zetten. Enorme bewondering heb ik voor mensen die af willen reizen naar ontwikkelingslanden om daar goed te doen. Maar goed doen kan ook in Nederland. Goed doen kan ook al met kleine dingen. Heb je naaste lief laat maar zeggen. Bovendien heeft het goed doen van al is het maar iets kleins een gigantisch positief effect. Degene waar je goed voor doet, voelt zich beter, maar jij zelf ook. Het goeddoenstokje was geboren. Maar wat houdt het goeddoenstokje nou in? Dat ga ik je vertellen. Als je het stokje krijgt dan zou ik graag willen dat je bewust iets goeds doet en ons beschrijft wat je hebt gedaan. Echt, het hoeft maar iets heel pietluttigs te zijn. Want zelfs dat kleine, pietluttige kan andere mensen inspireren.
Ik heb vandaag een daklozenkrant gekocht, vertelde een toeriste uitgebreid de weg en hielp een oud vrouwtje met haar boodschappen. Het maakte me een tevreden mens.
Wat zou het fijn zijn als het als een gek door logland zou circuleren. Eventueel wil ik hem ook nog wel een keer of honderd terug, want iets goed doen daar zit geen maximum aan.
Saskia,
Anne-Floor en
Linus, zouden jullie me een plezier kunnen doen en deze gewichtige taak verder op je willen nemen? Alvast veel dank namens de maatschappij en mij.
Categorie: grappig
24 Augustus '05 - 23:21
bakfietsen
"Wat een bakfietsen", zegt papa tegen mij terwijl hij ergens naar wijst.
"Bakfietsen? Ik zie helemaal geen bakfietsen", zeg ik. "Ik zie alleen maar twee meisjes".
"Precies. Dat zijn toch bakfietsen?"
De meisjes zijn een jaar of veertien. Lang, slungelig en voelen zich duidelijk niet comfortabel in hun eigen lichaam. Opeens heb ik hem door. Ik begin te lachen.
"Wat is er", vraagt mijn vader een beetje geërgerd.
"Dat noemen ze geen bakfietsen pap, maar bakvissen".
Nu moet hij er ook om lachen. "Wat een stom woord bakvissen. Waar komt dat nou weer vandaan?"
"Geen idee".
"Al die rare Nederlandse woorden. Hoe moet ik dat nou allemaal uit elkaar houden. Bestaat een bakfiets wel?"
"Ja, dat is een fiets met een bak voorop. Die zijn trouwens heel erg in de mode nu. Overal zie je ze in Amsterdam. Vroeger gebruikten mensen ze om dingen in te vervoeren, maar nu zie je vooral kinderen in die bakjes zitten".
Hij kijkt me raar aan. "Kinderen? In de bakjes?"
Ik knik.
"Nederlanders zijn soms best rare mensen, wie vervoert er nou kinderen in bakjes?"
Categorie: levenstekens
23 Augustus '05 - 20:08
rijles
Psssst, niet doorvertellen, maar ik had vandaag na lange tijd weer mijn eerste rijles. Ja, ik weet het. Ik ben 31 en dan is het een beetje stom om dat roze briefje nog niet te hebben. Alsof me dat niet al zo'n drieduizend keer is ingepeperd!
Diverse keren stond ik op het punt er weer aan te beginnen. Maar elke keer kwam het er niet van. Geen zin, geen geld, geen tijd. Elke weer een slap excuus. In Amerika zag ik opeens het licht. Ik stapte in de auto van mijn neefs dochter. En die is zestien. En dan bedoel ik mijn achternichtje, niet de auto. Vijftien jaar jonger dus. Mijn nichtje vroeg of ik niet liever wilde rijden en toen moest ik dus zeggen dat ik mijn rijbewijs niet had. Met grote ogen keek ze me aan, haar mond viel echt open. Ik probeerde mezelf nog enigszins te redden door te vertellen dat het in Amsterdam echt geen zin had, dat er toch nooit parkeerplek was voor m'n huis, dat de trams altijd op tijd reden en dat we in Amsterdam toch allemaal de hele dag stoned zijn dus dat vliegen dan makkelijker is. Dat laatste geloofde ze wel.
Maar goed, vandaag had ik dus weer rijles. En het ging best lekker, kan ik je vertellen. Mijn instucteur Harry is een rasechte Amsterdammer en hij vond me een pittig wijffie. Echt, het rijden, schakelen, optrekken en gas geven ging prima. Alleen dat kijken, daar ben ik niet zo'n ster in. Ik kijk eigenlijk helemaal niet in m'n spiegels. Ja, om te zien of m'n mascara nog goed zit en zo, maar voor de rest?
Harry had dat ook door. Dus toen ik de auto stil had gezet voor de rijschool zei hij: "Jij bent een mooi meissie. Het zal vast wel eens gebeuren dat mannen op straat zich omdraaien om je te bekijken. Maar neem maar van mij aan, in dit karretje zien ze je niet hoor. Het zou dus best veilig wezen als je een beetje om je hene zou kijken. Voor de rest ging het jofel. Kom zaterdag maar langs dan vragen we het alvast aan. Het duurt toch nog een week of tien eer je op kan". Trots keek ik hem aan. Ik wilde hem bijna zoenen. We namen afscheid en gooide het portier van de auto open. 'Ieeeeeee', hoorde ik op straat. Een fietser stond vol in zijn remmen om mijn openslaande deur te ontwijken. "Sorry", stamelde ik en wierp een onschuldige blik naar Harry. "Ken jij wel kijken", riep hij me toe. "Ga anders morgen even langs de brillenboer voor een brilletje". Ik durfde hem niet te vertellen dat ik al lenzen draag, anders wil hij vast nooit meer bij me in de auto.
Categorie: levenstekens
22 Augustus '05 - 23:00
genetisch bepaalde bandenlekmaakdrang
"Pap, ik heb de fietsband van mijn bovenbuurjongen afgelopen vrijdagnacht laten leeglopen", zeg ik tegen mijn vader in de auto als hij me naar het station brengt.
Mijn vader kijkt me glunderend aan en begint te lachen. "Was je dronken?"
"Een beetje", jok ik. Mijn vader hoeft nou eenmaal niet te weten dat ik straalbezopen was.
"Je kent het verhaal van je moeder hè?"
Ik knik. Mijn moeder heeft ooit jaren geleden de band van een of andere aso lek gestoken met een schaar. Ze stond keurig te wachten op een parkeerplek, maar die aso schoot voor haar de plek in en toen ze er wat van zei, noemde hij haar 'hoer'. Woest rende ze de winkel van m'n vader in om naar een schaar te vragen. Voordat mijn vader er erg in had wat ze met de schaar van plan was, had ze het al gedaan. Op klaarlichte dag!
"Ja, dat ken ik".
"Weet je nog dat ik toen zo boos was op mama?"
"Ja ook dat weet ik nog". Herinneringen van mijn vader die tegen mijn moeder riep dat keurige dames zulke dingen niet horen te doen, flitsen door mijn hoofd.
"Nou, er was op een gegeven moment een man die altijd voor de laadingang van de winkel parkeerde. Ik had hem al een paar keer vriendelijk verzocht zijn auto daar niet meer te parkeren, maar hij bleef het doen. Zelfs nadat de politie hem een keer weggesleept had".
"Ja en toen?"
"Toen ben ik een keer zo boos geworden dat ik samen met H drie van zijn banden heb lekgeprikt. Dat was echt goed joh, want als je er een lek prikt kan hij nog wegrijden. Maar met drie wordt dat heel moeilijk".
Verbaasd kijk ik mijn grinnikende vader aan. MIjn vader die altijd zo braaf is, die altijd zegt dat je boven andere mensen moet blijven staan.
"Ik weet wat je nu denkt, maar echt die man was vreselijk. Hij heeft er nooit meer geparkeerd".
"En wat zei mam ervan?"
"Eh, die was boos. Omdat ik zo boos op haar was geweest. Maar later kon ze er wel om lachen".
De auto nadert het station. Mijn vader parkeert de auto. Ik omhels hem en geef hem een kus. "En de volgende keer het ventiel weggooien hè", zegt mijn vader als ik het portier opendoe.
"Ja, dat zei S ook al", antwoord ik glimlachend.
Hmpf die pap van mij. De kunst van het banden leeg laten lopen is dus erfelijk overdraagbaar. Ik kan er helemaal niks aan doen dat ik die behoefte heb! Joehoe, ik ben ontoerekeningsvatbaar.
Categorie: levenstekens
21 Augustus '05 - 21:22
de waarschuwingsteksten op sigaretten
Okay ik rook. Daar ben ik niet trots op. Helemaal niet zelfs. Maar het is zo gezellig!? Onzin natuurlijk. Toch kom ik er op de een of andere rare manier maar niet van af. Al tig keer ben ik gestopt. Soms 8 maanden, soms een paar weken en soms zelfs een paar uur. Chapeau voor Kaat. Een paar uur. Joehoe. Ik weet het. Het slaat nergens op. Bovendien ken ik de gevaren. Ik besef wat voor ziektes ik allemaal kan oplopen en dat ik eerder verouder en zo. Ik weet het, maar toch stop ik niet. Ooit zal ik wel stoppen. Als ik zwanger word of zo. Of als ik weet dat de tijd rijp is. Maar nu niet. Nu wil ik gewoon roken. Al weet ik dat roken
slecht is. Bovendien kan ik me een gezellige avond echt niet zonder peuk voorstellen.
Vanmiddag zat ik met vriend S in de kroeg. S las de sigarettenpakjes. Je kent ze wel, die oneliners die ze met grafrand op de pakjes zetten om ons verdorven rokers af te schrikken. "Jeetje zeg. Roken kan de kwaliteit van mijn sperma schaden". Ik las even met hem mee en keek toen naar mijn eigen pakje. "Oh", zei ik. "Ik krijg alleen maar verstopte bloedvaten, hartaanvallen en beroertes". We moesten er om lachen. Dom natuurlijk maar laten we eerlijk zijn. Die teksten helpen voor geen meter. Ik geloof niet dat er maar een roker zal stoppen omdat hij die zinnen leest. Dus doe me een lol zeg. Bederf ons plezier niet. We betalen genoeg belastinggeld. Laat ons lekker genieten van onze sigaret. Of bedenk eens wat beters. Want als je net een pakje hebt gekocht en je komt deze waarschuwingstekst

tegen. Wat denk je dan als overheid? Dat ik mijn pakje van vier euro weg ga gooien? Bovendien ben ik ooit allang begonnen. 14 jaar geleden al. Echt, dit helpt voor geen meter. Vooral niet als je in de kroeg zit en een fiks aantal biertjes op hebt. Dan is het eigenlijk alleen maar lachwekkend.
Categorie: levenstekens
21 Augustus '05 - 14:48
Melancholie
Ruim een half jaar geleden vloog er een stokje door logland. Ik kreeg het stokje en schreef er
dit logje over. Als eerste noemde ik Wim Sonneveld. Ik weet het, ik ben een raar meisje. Maar Wim Sonneveld is voor mij gewoon een held. Als ik 'Aan de Amsterdamse grachten' hoor, dan moet ik gewoon meezingen en ik heb nog nooit 'Het hondje van Dirkie gehoord' zonder emotioneel te worden.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik al een tijdje niet meer naar Wim had geluisterd. Vandaag haalde ik de cd weer eens uit de kast. Dat deed ik omdat ik afgelopen vrijdag het minstens een uur over Wim gehad heb. Ik raakte in gesprek met een homosexuele jongen en we bespraken de emancipatie van de homo's. Sonneveld was zo homo als het maar kon, alleen in zijn tijd was het not done om daar voor uit te komen. Als hij over de liefde zong dan betrof het een vrouw. Terwijl hij letterlijk en figuurlijk niet into vrouwen was.
Maar goed, vandaag luisterde ik dus naar de cd en luisterde eens goed naar de teksten. Bijna al die teksten ken ik helemaal uit m'n hoofd. Wat me alleen nooit echt opgevallen was, is dat het taalgebruik zo verouderd is. Antiek bijna. In veertig, vijftig jaar is er enorm veel veranderd. Zinnen als
dat wil ik jou offreren of
die tot een zitje noden worden echt niet meer gebruikt. En dan heb ik het nog niet eens over de vrouwen die altijd in schortjes rondlopen of Marjolijne die haar
wollen sokjes aan moet trekken.
In het nummer 'Ik heb zo vaak aan Amsterdam gedacht' zingt hij over de
asman en de
wasman. Bestaan die überhaupt nog? Ook zegt hij in dit nummer: 'en dacht ik aan de Kalverstraat, dan kreeg ik het opeens te kwaad'. Ik kan me niet voorstellen dat er nu nog mensen zijn die het
te kwaad krijgen als ze aan de Kalverstraat denken. Dit is zo ongeveer de grootste plebsstraat van Nederland geworden.
Jammer dat dingen zo veranderen. Dat we nu met die Breezahtaal zitten terwijl de woorden uit het verleden zo mooi klinken. Jammer dat hele beroepen verdwenen zijn. En dat straten en wijken verloederen.
Alles verandert, dat weet ik. Maar ik vind het gewoon zonde. Ik ben gewoon een melancholisch meisje. En ik ben er dan ook erg voor om het oude taalgebruik weer te hanteren. Want
'Had je niet die mooie blauwe ogen, had je niet dat ravenzwarte haar? Dan was ik er nimmer in gevlogen. Was er nimmer voor mijn rust gevaar. Maar als jij mij aankijkt met die kijkers. Is 't alsof ik in de diepte glij. Dan vergeef ik alles, je zonden en je fouten en alles is weer voorbij. Waarom ben je toch zo wispelturig? Meisje, dat doet mij zo veel verdriet. Zijn we samen word je ongedurig. Voel je dan mijn hartepijnen niet?', dat klinkt toch veel chiquer dan die ellende die we nu te horen krijgen?
Ik ga alvast pogen mijn woorden te civiliseren. En ondertussen luister ik naar het Dorp, het toppunt van melancholie.
'En langs het tuinpad van mijn vader. Zag ik de hoge bomen staan. Ik was een kind en wist niet beter dan dat het nooit voorbij zou gaan'. Als Wim eens zou weten hoe zeer zijn teksten nu al verouderd zijn. Dat we nu niet meer met z'n allen naar die ene televisiequiz kijken, maar dat er nu zelfs bagger zenders als Talpa bij zijn gekomen die de sperma- en uithuwelijkshow uit gaan zenden. Dat de jeugd nog wel bij elkaar klit, maar ondertussen het Beatle haar al weer voor de tweede keer uit de mode is. Dat bijna niemand meer weet wat
de Joodsche Invalide of
Arnhemse Meisjes zijn. Maar ook dat hij nu gewoon over herenliefde zou kunnen zingen, wat alleen maar goed is. Niet alle verandering is slecht. Toch ben ik benieuwd wat hij er allemaal van zou vinden. En ik vraag me af; wat gaat er allemaal nog veranderen? En hoeveel kan er nog veranderen? Soms wou ik dat ik heel even in de toekomst kon kijken. Misschien zit mijn kleinkind wel een logje te schrijven over hoe antiek de woorden uit 'de meeste dromen zijn bedrog' klinken.
Categorie: levenstekens
21 Augustus '05 - 12:30
Lowlands
Voor vandaag had ik twee pers-backstage-VIPkaarten voor Lowlands. Samen met oud-collegavriendin L zou ik gaan. Oeh, wat had ik er veel zin in. Morcheeba, Heather Nova, the Foo Fighters, de sfeer, de gezelligheid. Ga zo maar door.
'Piep, piep', deed mijn telefoon vanmorgen. Toen voelde ik de bui al hangen. Vriendin L was ziek! Fuck zeg. Met wie moest ik nou gaan?
M is arts en heeft nachtdienst. Van D wist ik al dat ze de kinderen had, maar ik besloot het toch maar te proberen. Nee dus. A heeft ook een baby en andere L is zwanger en te moe. P bleek ook zijn kindje dit weekend te hebben en N zat bij haar vriendje in Ede. En elke keer was het: "Ik had het echt heel leuk gevonden. Helaas gaat het niet. Maar als je nou niet gaat, kom dan naar mij toe".
Uiteindelijk gaf ik de hoop maar op. Ik had nog wel mensen kunnen bellen, maar dan moest ik kanalen aanboren met mensen die ik niet echt vaak zie en daar had ik niet zo'n zin in.
Ik belde O, mijn contactpersoon waar ik de kaarten van had gekregen, op. Gelukkig ken ik O vrij goed, omdat we een paar jaar geleden nog collega's waren. Ik legde hem de situatie uit en dat ik het heel vervelend vond en zo, maar dat ik in ieder geval hem de kans wilde geven de kaarten aan iemand anders te geven.
"Hè wat jammer K. Ik had het ook zo leuk gevonden je weer eens te zien".
"Ik vind het ook jammer. Echt, ik had er zo'n zin in en ik vind het zo lullig om op het laatst af te zeggen".
"Dat geeft helemaal niet hoor. Ik raak die kaarten echt wel kwijt. Het is vooral lullig voor jou. Maar ik heb wel iets leuks om het leed te verzachten. Binnenkort gaan we iets heel leuks doen met klanten, ik kan nog niet zeggen wat, maar ik nodig je bij deze uit. Vind je dat leuk?"
"Maar natuurlijk. Wat lief van je!"
We wensten elkaar een fijne dag en hingen op.
Ik had zo'n zin gehad in Lowlands. De hele week had ik er naar uit gekeken. Maar ja, soms moet je je gewoon ergens bij neerleggen. En Lowlands gaat dan wel niet door, maar ik heb genoeg andere leuke dingen om te doen. Genoeg fijne vrienden waar ik naar toe kan. Het wordt zowiezo een leuke dag en Lowlands is er volgend jaar vast ook nog wel.
Categorie: levenstekens
20 Augustus '05 - 14:58
de fietspomp
Mijn bovenbuurjongen is met stip de stomste jongen die ik ken. Er is werkelijk helemaal niks leuk aan hem. Dat zegt natuurlijk al genoeg over wat ik van mijn bovenbuurmeisje vind, maar dit ter zijde. Mijn bovenbuurjongen is echt de koning der hufters. En ik waarschuw jullie alvast, zolang ik nog met dat mens onder een dak woon, kunnen jullie minstens eens per maand een bovenbuurjongenlog verwachten.
Maar goed, mijn bovenbuurjongen is dus een zak stront, want daar waren we gebleven. Vandeweek kwam ik thuis op de fiets en mijn band was nog al legig. Gelukkig hangt er bij ons in de hal naast de voordeur een pomp. Ik pakte de pomp en vulde mijn banden met lucht. Terwijl ik aan het pompen was, kwam mijn bovenbuurjongen aanfietsen.
"Zoho, pak je zo maar onze pomp?"
Ik keek op: "Jij ook hallo P en dit is niet jullie pomp".
"Dat is wel onze pomp!"
"Luister; ik heb geen zin om welles nietes met je te gaan spelen. Die pomp was van J en die heeft ze toen ze verhuisd is achtergelaten. Ze heeft die pomp een paar jaar geleden in de gang gehangen zodat ik hem ook kon gebruiken. En al was het jullie pomp. Hij hangt in de gang, dus dan neem ik aan dat ik hem gebruiken. Ik snap zowiezo niet waar je je nu zo druk om maakt".
"Het is onze pomp en als jij hem wilt gebruiken, dan moet je dat eerst vragen", riep hij met een valse blik in zijn ogen.
"P, ik heb geen zin om me druk te maken over dit soort miniscule dingetjes. Hier heb je je pomp. Veel plezier er mee", zei ik terwijl ik de pomp in zijn armen drukte.
Toen ik 's avonds de deur nog uit moest en er achter kwam dat mijn banden nog niet voldoende opgepompt waren, kwam ik tot de ontdekking dat P de pomp had weggehaald. Nou vraag ik je?!
Gisteren liep ik langs de HEMA en lieten daar nou net de fietspompen in de aanbieding zijn. Joehoe! Voor zes euro schafte ik een supersonische fietspomp aan. Een fietspomp die je voor alle maten ventielen kunt gebruiken, dus ook voor die rottige mountainbike van P die op zolder hangt. Haha, dat kan je niet met dat oude besje van J! Ik hing mijn pomp naast de teruggehangen antieke pomp van J op en plakte er een briefje op met de tekst: Dit is K's pomp. Niet gebruiken svp. Als hij kinderachtig doet, doe ik het ook. Andere methodes werken blijkbaar niet.
Maar dit is niet het einde van mijn log. Vannacht kwam ik lichtelijk bezopen thuis na een fijne avond met vriendin L. Ik stapte uit de taxi en keek om me heen. Nergens brandde licht en ik kreeg opeens een lumineus idee. Ik liep naar P's fiets en draaide het ventiel los. 'Pssssssssssssssssssssssss', deed de band. Laf rende ik naar boven. 's Nachts droomde ik over de lekke fietsband van P. Vanmorgen schoot het me als eerste naar binnen. Stiekem schaamde ik me toch een beetje. Wat een loeder was ik toch. Wat een immens vals kreng. Maar ja, ik had alcohol op hè.
Vanaf mijn pc kijk ik op straat. Ik hoorde P en M over de trap naar beneden lopen. P pakte zijn fiets en stapte er op om weg te fietsen. 'Ratel, ratel', hoorde ik de band op de keitjes. Hij stapte af, keek naar zijn band en begon te vloeken. Zij maande hem tot kalmte. En toen begon hij tegen haar te vloeken. Ze kregen ruzie. Ik bekeek het schouwspel en lachtte genieperig. Dit was toch wel heel fijn hoor. Vanavond ga ik bij Caer eten, als het een beetje mee zit dan heb ik straks weer wat wijntjes op. Dan kan ik me vast niet beheersen! Ja, die alcohol hè? Misschien dat ik dan ook wel J's pomp molesteer en de mijne boven zet. Kijken wat dat voor leuke tafereeltjes oplevert. En morgen ga ik naar Lowlands. Daar zal ik vast ook wel wat alcoholische versnaperingen drinken. En echt, ik zal mezelf niet in de hand kunnen houden! Ik denk dat ik de hele week drankjes ga drinken. Misschien word ik zelfs wel alcoholiste. Dat moet dan maar. Er gaat niks boven het terroriseren van mijn bovenbuurjongen.
Categorie: levenstekens
20 Augustus '05 - 11:35
ruzie in de supermarkt
Gisteren liep ik door de Albert Hein met mijn mandje omdat ik kaas, wasmiddel en vruchtensap wilde kopen. Pomptiedom, pomptiedoem, daar liep ik met mijn boodschappenmissie. Ik wandelde naar het versschap en bleef daar staan. Een beetje aan de zijkant want er stonden twee mensen nog al pontificaal in het midden. Een oudere man en een meisje van mijn leeftijd. Opeens duwde de man het meisje een beetje. Met grote ogen keek ze hem aan en begon meteen in het plat Amsterdams tegen hem te schelden. De man schold terug, met consumptie. Het was namelijk een beetje vieze man. Ik stond erbij en keek er naar en voelde de adrenaline door m'n lichaam pompen. De ruzie ging namelijk om iets heel kleins. Het meisje had voor de man langs gebogen om iets te pakken en daar was de man volkomen uit proportie boos over. Nou vind ik het altijd erg fijn scheidsrechtertje te spelen. Daar was ik op school ook altijd al heel goed in. Waarschijnlijk had dat meer te maken met het feit dat ik nog al een gymkneusje was, maar toch. Als er een ruzie was op het schoolplein was ik de eerste om de vechtenden uit elkaar te trekken. En nu stond ik erbij, keek er naar en voelde heel erg de drang om mijn Superman - wereldverbeteraar - pak aan te trekken en dat deed ik dus ook. "Mensen", riep ik heel hard en ging erbij staan. "Waar maken we ons druk om? Dit zijn de kleine dingen des levens". Ze keken me aan en begonnen door elkaar heen te praten: "Ja maar hij", "Ja maar zij". Mijn scheidsrechterhart maakte nog even een sprongetje. "Dat doet er toch niet toe. We hebben toch allemaal genoeg te eten en een dak boven ons hoofd. Maak je niet zo druk", zei ik ferm. De man boog zich naar voren en hield verticaal zijn hand naast z'n mond alsof hij wilde afschermen voor het meisje wat hij tegen me ging zeggen: "Precies, die kankerhoer zou eens moeten weten. Ik hoop dat ze in een oorlog terecht komt". "Doe eens normaal zeg", riep ik terug. "Weet u wel wat u zegt". Nu werd ik ook boos. "Ik weet heel goed wat ik zeg", riep hij terwijl hij met z'n vinger naar me wees. "Kutwijf". "Pardon", vroeg ik. "Hoe noemde u mij?" Zonder dat ik het zelf door had, was mijn scheidsrechtersrol verandert in deelnemer aan de competitie. "Ja, je hoorde me wel. Kutwijf". Ik draaide me om naar het meisje, maar die was rustig weggelopen. Ik zag haar nog net de hoek om lopen. Ik keek de man aan. "Ik heb medelijden met u. Echt. Wat een intolerant mens bent u zeg. Wat zal u het moeilijk met u zelf hebben". Dit moest mijn slotaccoord zijn. Hier zou ik het bij laten. Helaas was de man nu echt op dreef en terwijl ik wegliep, trok hij me aan m'n tas terug. Even wist ik niet wat ik meemaakte. Met een woeste blik draaide ik me om om te kijken wat hij te zeggen had. Hij was inmiddel rood aangelopen en wees weer met dat irritante vingertje naar me en toen kwam het: "En jij....Jij bent een trut". Het zal de adrenaline wel geweest zijn, maar opeens zag ik de absurditeit van de situatie in en begon keihard te lachen. Ik kwam niet meer bij daar in de Albert Hein. Ik raapte mezelf bij elkaaren, liep weg, hapte naar adem en riep: "Ga in therapie man". Hij kwam niet meer achter me aan. Ik botste nog wel bijna tegen hem op bij de vriesvakken, maar hij zei niks meer. Ik rekende mijn spulletjes af en liep naar buiten waar het bewuste meisje op me stond te wachten. "Dat was lief van je bedoeld hoor, maar...", ze tikte tegen haar voorhoofd. "Ik weet het", antwoordde ik bits. Eigenlijk was ik een beetje teleurgesteld in het meisje. Ik fietste naar huis, zeulde mijn boodschappen naar boven en pakte ze boodschappen uit. Was ik toch alle drie de dingen waarvoor ik op missie was gegaan vergeten! Maar ik had wel weer wat geleerd: Ik meng me nooit meer in ruzies bij het versschap van de Albert Hein op het Museumplein.
Categorie: levenstekens
19 Augustus '05 - 09:48
mijn voormalige levensplanning
Vroeger, en dan heb ik het over heel lang geleden, had ik een soort levensplanning in mijn hoofd. Het zou als volgt gaan:
Op mijn zeventiende zou ik gaan studeren.
Dat gebeurde niet. Ik ging pas studeren toen ik negentien was. Dat kwam omdat ik op de middelbare school twee keer bleef zitten.
Rond mijn tweeëntwintigste zou ik wel klaar zijn met de studie. En dan schatte ik het nog ruim in. 5 jaar zou ik er over doen, een jaar extra dus. Uiteindelijk heb ik zeven jaar gestudeerd en geen studie afgemaakt.
26 zag ik als een mooie leeftijd om te trouwen. Het kan ook 25 zijn geweest hoor.
Ik ben 31 en ik ben single.
Na ongeveer 8 jaar aan mijn carrière te werken, kreeg ik voor mijn dertigste wel mijn eerste kind. Dertig was al heel erg oud. Ik zou dan in mijn vriendengroep wel een van de laatsten zijn.
Inmiddels ben ik dus de dertig gepasseerd, voel me nog heel jong en ben nog niet de laatste die geen kinderen heeft. Het gros wel hoor, maar ik heb nog genoeg soortgenoten.
Als ik aan kinderen zou beginnen, dan woonde ik inmiddels ook wel weer in het Oosten van het land. In een groot huis met een tuin en twee honden.
Mijn appartement in Amsterdam vind ik nog steeds geweldig. De twee honden heb ik wel, maar ze wonen in kattenlichaampjes.
Ik zou na de geboorte van mijn eerste parttime gaan werken. Onder geen beding zou ik een moeder worden die er niet zou zijn als haar kinderen thuis zouden komen uit school.
Werken bevalt me nog prima. Wel werk ik nu 36 uur. Maar aan de carièrre wordt zeker gewerkt. Ik hoop dat ik over een half jaar senior voor mijn functie kan zetten.
Niet alleen ik zelf had een dergelijke levensplanning voor mezelf mijn hoofd. Negen jaar geleden organiseerde mijn jaarclub een vader-dochterdag en moesten we vragen over elkaar beantwoorden. Gisteravond pakte ik het vader-dochterdagboek maar eens uit de kast. Ik bladerde het door en bleef hangen op 'mijn pagina'. Ik las de toekomstvisie die mijn clubgenoten voor mij in oog hadden:
Trouwt jong, 2 kinderen, echtgenoot met eigen zaak, waarin zij grote invloed heeft bij het reilen en zeilen van de onderneming. Voor de rest houdt zij zich bezig met haar looks en het wel en wee van de neighbourhoud.
Dat was toch maar mooi anders gelopen! Ik bladerde door en las de visies van mijn mede clubgenoten. Die zouden bijna allemaal eerst aan hun loopbaan gaan werken. Later pas kinderen krijgen en full time blijven werken. Het lot wilde anders, de meesten hebben al kinderen of zijn zwanger en gaan echt wel deeltijd werken of ze werken al gedeeltelijk. Ze wonen in degelijke huizen, ondernemen voor negentig procent alleeen nog maar dingen met hun man en zijn zeker geen carièrrebeesten. En ik, die jong zou trouwen, deed dat dus niet. En dat is maar goed ook. Mijn leven bevalt me prima. Bovendien heb ik toch maar mooi mezelf en mijn vriendinnen gefopt. Mijn leven nam een schijnbeweging. Haha! Zo zie je maar weer. Het loopt zoals het loopt. Het giet zoals het giet. "Life is what happens to you, while you're busy making other plans".
Categorie: levenstekens
18 Augustus '05 - 21:33
Bzzzzz
'Bzzzzzzz', hoorde ik willekeurige nacht 1 bij mijn oor. Fuck zeg. Een mug. Net nu ik bijna sliep. Waarom gaan die krengen altijd bij je oor zitten? Ik had me ook al helemaal ingesmeerd met Autan, dus waarom zocht die mug me zowiezo nog op? Ik probeerde te slapen. Maar toen ik bijna weer in slaap gedommeld was, begon het weer. "Bzzzzzz" en elke keer bij mijn oor. "Negeren Kaat, negeren. Je sliep al bijna", fluisterde ik mezelf toe. Helaas lukte dat negeren niet meer. Vooral niet omdat ik bij elke kriebel die ik voelde, bang was dat het een mug was die wilde toeslaan. Na een half uur deed ik het licht maar aan. Slaapdronken keek ik om me heen. Wat denk je? Geen mug te bekennen. Terwijl ik er toch echt een gehoord had. Worden die krengen onzichtbaar als je ze blootstelt aan licht of zo? Gebroken en in het bezit van minimaal vier muggenbulten werd ik wakker.
Nacht 2 en 3 waren al niet beter. Dus was het tijd voor wat anders. Autan werkte niet, het citronella apparaatje in het stopcontact moest uitkomst bieden. Dat deed het alleen niet. Volgens mij zijn muggen immuun voor dat soort toestanden. Had ik verdomme 8 euro gegeven, waren die nonwezens nog steeds niet opgerot. En elke keer maar datzelfde verhaal. "Bzzzzzzz". Ja dat bzzzzzz ken ik zo onderhand wel. Vertel eens wat anders zeg. Man, man, man, wat een incapabele beesten.
Toen ik B kreeg, was het gelukkig over met de muggenfeestjes in het holst van de nacht. B werd veel lekkerder bevonden door die ondingen (en door menig meisje, maar dit terzijde) dan ik. Ik kon rustig slapen en B werd wakker met muggenbulten. Pech voor hem, fijn voor mij.
Wat baalde ik dit jaar, toen de zomer aanbrak en het hele muggenfestijn weer van voor af aan begon. Twee jaar lang had ik prima kunnen slapen, maar nu was ik weer prooi. Gelukkig had Bing al snel door dat muggen leuk entertainment waren. Dus nu heb ik geen last meer van muggen. Nee, van muggen niet. Maar wel van Bing. Bing die rondjes door m'n slaapkamer rent. Bing die in de gordijnen probeert te klimmen. Bing die mijn bed als trampoline gebruikt. En ik? Ik, draai me nog maar eens om. Ik, trek een kussen over m'n hoofd. Ik, doe toch het licht maar weer eens aan, pak een krant en ren rondjes door de kamer. Achter Bing aan. Die weet ten slotte wel waar de laffe wezentjes zich bevinden. En ik, word gebroken wakker. Nacht in, nacht uit. Ik, ga morgen een ventilator kopen.
Categorie: levenstekens
17 Augustus '05 - 19:24
mijn zusje en mijn katten
Mijn zusje kan niet praten. Gedurende haar hele leven, ze is bijna 28, heeft ze misschien 5 woorden gezegd. Of iets wat lijkt op die woorden. Ooit zei ze piano toen de piano ons huis binnengedragen werd. Mijn moeder en ik waren door het dolle heen. Ze zei 'piano', ze zei het echt. Maar ze herhaalde het nooit. En nu denk ik ook eigenlijk dat ze het niet echt zei, maar meer iets wat er op leek. Wishfull thinking, laat maar zeggen. Ongeveer 15 jaar geleden lukte het me wel opeens haar dierengeluiden te leren. Ze kon een paard, een slang, een olifant en een kat. Heel trots was ik daar op. En mijn ouders ook. Dat had ik maar mooi voor elkaar gekregen.
Een paar jaar lang hield ze het vol. Dan zei ik: "S, doe eens een paard". En dan antwoordde ze: "Ihihihih". Op een gegeven moment werkte het niet meer. Dan vroeg ik of ze een slang wilde doen en dan keek ze me aan met zo'n blik van ja - dahag - doe - het - lekker - zelf - ik - ga - me - hier - niet - voor - jou - dierengeluidenkarretje - laten - spannen. Je kent het wel, zo'n blik.
Afgelopen zondag waren ze hier, mijn ouders en mijn zus. Autistisch als mijn zusje is, gunde ze mijn katten geen blik waardig. Ik probeerde het nog door baby Bing op haar schoot te zetten en te roepen: "Kijk S wat lief. Het is een babykatje". Maar nee hoor. Geen interesse. Thuis is ze gewend dat de honden meteen voor haar opstaan als ze aan komt lopen. Dat hebben ze inmiddels ook wel geleerd, de honden, want anders walst ze gewoon over ze heen. Mijn katten begrepen dat fenomeen nog niet. Tot S gewoon op Bing ging staan. Toen had hij de hint wel begrepen.
Mijn zusje mist me heel erg. Altijd al. Dat hebben autisten. Ik ben uit huis en dat hoort niet. Al 12 jaar niet. Het gezin hoort gewoon uit pap, mam, zijzelf, de twee honden en ik dan te bestaan. Dus loopt ze regelmatig naar m'n foto en tilt hem op. Heel aandoenlijk. Vandeweek tilde ze mijn foto ook op. "Ja dat is K", zei mijn mam. "K is in Amsterdam. Weet je nog? Daar waren we zondag nog". Met een schuin oog keek ze naar m'n moeder. En toen zei ze: "Miaaauw" en zette ze de foto weer neer.
M'n moeder belde me meteen op om te vertellen wat S gedaan had. Toen ze uitgepraat was, vroeg ze: "Wat is er, je zegt niks". Maar ik kon niks zeggen. De brok in mijn keel nam te veel plaats in.
Categorie: levenstekens
16 Augustus '05 - 19:17
shit school
"Ik ben Marruk", zegt het jongetje tegen mij terwijl ik aan mijn fiets aan het sjorren ben. Waarschijnlijk heet hij gewoon Mark, maar hij spreekt het uit alsof het twee lettergrepen zijn. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat hij echt Marruk heet, tenslotte geven mensen hun kinderen tegevenwoordig de belachelijkste namen.
"Hoi Marruk. Ik ben K", antwoord ik terwijl ik naar hem kijk.
"Ik ben bijna vijf", vertelt hij terwijl hij twee handen en zes vingertjes omhoog houdt. Tellen zal wel niet zijn sterkste punt zijn. "Hoe oud ben jij?"
Ik denk even na. "Hmm, ik ben zes, nee zeven".
Glunderend kijkt hij me aan. "Echt?"
"Ja echt", vertel ik terwijl ik mijn vingers achter m'n rug kruis.
"Mijn zus is ook bijna zeven. Maar jij bent veel groter".
"Toch is het zo". Het is natuurlijk helemaal niet zo. Dat weten jullie ook wel. Maar het leek me gewoon grappig om tegen hem te zeggen dat ik zeven was.
"Op welke school zit jij", vraagt het jongetje verder.
"Eentje waar ik heel ver voor moet fietsen".
"Ik ook. Ik ook", gilt het jongetje. "Want ik zit op een shit school. Jij ook?"
Ik denk na. Vroeger vond ik mijn school ook shit, maar ik denk niet dat hij bedoelt dat hij op een poepschool zit. Waarschijnlijk is dit een duidelijk gevalletje van ik heb de klok horen luiden maar ik weet niet waar de klepel hangt. "Nee ik zit niet op een shit school".
Aan de overkant gaat een deur open en er komt een vrouw naar buiten. "Marruk, ben je hier? Ik was je al kwijt, je mag toch niet zo maar naar buiten, dat weet je toch?" Het jongetje heet dus wel Marruk. Of zijn moeder heeft hetzelfde spraakgebrek. Ze kijkt me wel aardig aan. "Sorry, hij mag niet alleen naar buiten, maar mijn man had de deur open laten staan of zo. Is 'ie vervelend?"
"Nee hoor", zeg ik lachend terwijl ik mijn hoofd heen en weer schud om mijn woorden kracht bij te zetten. "We hadden een heel leuk gesprek. Hij vertelde net dat hij op een shit school zit".
Zijn moeder begint te lachen. "Hij kan de W niet uitspreken. Zijn nichtje noemt hij ook Shietske".
"Ik dacht al", antwoord ik me terwijl ik bedenk dat moeder en kind beiden dus een spraakgebrek hebben.
"En zij", zegt Mark met zijn vingertje wijzend op mij, "is pas zeven. Gek hè?"
Nu schaam ik me een beetje. Kijk, ik wil Mark wel iets op de mouw spelden, maar ik denk dat de moeder dit een beetje raar gaat vinden.
"Zeven pas? Dan is ze wel groot zeg. Maar laten we het meisje nu met rust laten, ze moet vast naar haar werk. Ga je met me mee", zegt ze terwijl ze al aan zijn armpje trekt.
"Nee, ze is echt zeven. En ze zit nog op school. Misschien wel bij mij want ze moet ook ver fietsen", roept Mark nu iet wat drammerig.
"Ja, ja. Het zal wel. Maar nu gaan we naar binnen. Zeg maar dag tegen het meisje".
Mark zegt dag en ik stap op mijn fiets en rijd weg.
Dit voorval gebeurde een paar weken geleden. Ik was het eigenlijk al een beetje vergeten. Totdat ik net thuis kwam en Mark en zijn zusje de stoep aan het onderkrijten waren.
"Hoi", riep Mark heel hard.
"Hoi", riep ik heel hard terug.
"Kijk Sanneke. Zij is ook zeven. Ze is heel groot maar jullie kunnen wel spelen".
Zijn zusje bekeek me met een verwaande blik van onder naar boven. "Zij is echt geen zeven. Volgens mij is ze zeventig en ik wil niet met haar spelen".
Zo daar moest ik het maar mee doen. Dat krijg je er nou van als je onschuldige vijfjarige jongetjes wijs loopt te maken dat je zeven bent. En nu wilde zijn zusje ook al niet met me spelen. Arrogante trut. Alsof ik zin heb om met haar te spelen zeg. Met haar stomme vlechten en dito jurkje. Laat haar maar lekker in d'r sop gaar koken. Ik heb toevallig wel een heel cool huis en leuk speelgoed. Ach, ze moet over een paar weken toch weer naar haar shit school.
Categorie: levenstekens
15 Augustus '05 - 20:27
de weggehaalde moedervlek en de leuke jongen
"Laat hij me niet zien, laat hij me niet zien, please", zei ik zachtjes tegen mezelf in de Albert Hein. Ik had net een glimp opgevangen van een ex flirt waar het nooit wat mee geworden is. Een hele leuke en fijne jongen. Op zich niks mis mee om een leuke en fijne jongen tegen te komen. Maar er is een soort ongeschreven regel in mijn leven tegenwoordig. En dat is dat juist als ik er niet op mijn beeldigst uit zie, laat maar zeggen helemaal niet beeldig, dan kom ik ze tegen, de leuke en fijne jongens. Alsof er iemand hierboven dan roept: "Ze ziet er niet uit, kom maar tevoorschijn!" Ben ik ziek en ga ik in mijn trainingsbroek en baseballpetje op even naar de bakker. Ja hoor, dan kan ik er gif op innemen. Kom ik geheid een mooie man tegen. Heb ik 's ochtends moeite met m'n lenzen en doe ik mijn brilletje die dag op; reken maar dat ik een knappe vent tegen het lijf loop. Nu was ik vandaag niet ziek en ik had ook geen bril op. Maar toch zag ik er niet uit. Ik had namelijk net een moedervlek laten weghalen. Eentje vlak onder m'n mond richting kin laat maar zeggen. En er zat dus een gigantische pleister op de onderkant van mijn gezicht geplak. Bovendien was de dermatoloog wat te scheutig met de verdoving geweest. In plaats van het bewuste plekje te verdoven, lijkt het nu of de rechterkant van mijn hoofd verlamd is. Mijn lip hangt een beetje naar beneden en ik heb zelfs moeite met praten. Dus ik zag er niet beeldig genoeg uit. Terwijl ik er toch best leuk uit kan zien. Gisteren bijvoorbeeld. Of eergisteren, toen was ik echt heel tevreden met mezelf. Maar vandaag dus niet.
En dus was ik in mezelf aan het prevelen dat mijn ex-flirt me niet moest zien. Helaas, mislukte mijn smeekgebed. Hij zag me wel. En hij rende door de supermarkt op me af. Hij gaf me drie zoenen en vroeg meteen naar de enorme pleister op m'n kin. Ik legde uit dat er net een moedervlek was weggehaald en ik nog last van de verdoving had. Dus dat hij niet moest denken dat ik dronken was of zo. En dat mijn gezicht er normaal niet bij hing alsof ik net een attack had gehad. Hij lachte een beetje om mijn opmerking en keek toen naar de grond. Ik volgde zijn blik en zag dat mijn pleister van m'n hoofd was afgevallen. En die lag nu op de grond bloederig te wezen. Oh mijn god. Murphy's Law twee was hierboven uitgevoerd. Namelijk, kom ik een leuke man tegen, dan gebeurt er of zeg ik iets genants. Zelf had ik het helemaal niet gevoeld, het was dat hij de val van mijn pleister had gevolgd. "Oeps", zei ik terwijl ik de bezorgde blik in zijn ogen zag. "Dat was m'n pleister". "Ik zie het", zei hij. "En uh, je wond ziet er heel eng uit". "Maar m'n wondje is dichtgelaserd", riep ik terwijl ik met mijn hand naar de bewuste plek ging om het eng zijn te verbergen. "Geeft niet joh. Ik kan alleen niet zo goed tegen bloed". "Nou, ik ga er maar eens vandoor. Kijken of ze hier ook pleisters verkopen", grapte ik nog. Die verkochten ze niet. Gelukkig had ik ze thuis nog. Alleen zijn dat kinderpleisters. In welke vlaag van verstandsverbijstering ik die nu weer gekocht heb?! Dus nu zit ik hier thuis met een enorme Spongebob of iets wat er op lijkt onder m'n mond. En geel is zo niet mijn kleur.
De rest van de week heb ik allemaal leuke dingen op de agenda staan. Etentjes, stapavondjes, feestjes. Toch maar eens kijken of ik een leuke Burka kan vinden. Altijd handig om in je kast te hebben liggen, voor dagen zoals vandaag.
Categorie: levenstekens
14 Augustus '05 - 01:16
Weblogmeeting
Vandaag had ik een mini-weblogmeeting. Zo mini was 'ie trouwens ook weer niet, die meeting, er waren best wat mensen aanwezig, maar toch. Nou was er een probleem: ik had absoluut geen zin. Vanmiddag zat ik nog excuses te bedenken, hoe ik er het best onderuit zou kunnen komen, totdat ik besloot gewoon maar te gaan.
Waarom ik geen zin had? Dat ga ik je vertellen. Ten eerste heb ik een nare ervaring met een IRL ontmoeting met een logger. Diegene bleek namelijk niet te zijn zoals zijn/haar log en speldde me maar wat mooie verhalen op de mouw. Dat kan natuurlijk. Er zijn waarschijnlijk meer mensen die in het eggie niet helemaal zijn zoals ze loggen, maar ik had me wel bloot gegeven en mijn vertrouwen was geschend. Ten tweede vind ik het een beetje eng om loggers in het echt te ontmoeten. Hoe meer mensen je eigenlijk kent, hoe meer je eigen identiteit wordt blootgegeven. En als laatste, ik kende meer dan de helft van de loggers niet. En dan niet dat ik ze nooit gezien had, maar meer dat ik nooit op hun log geweest ben.
Goed, ik had dus geen zin. Absoluut geen zin zelfs. Maar ik wilde gastvrouwe Swan (een hartstikke leuk mens) natuurlijk niet teleurstellen. Bovendien zouden Sas, Vick en Caer er zijn. Genoeg mensen om een leuke avond mee te hebben dus. En dat werd het ook. Een leuke avond. Een leuke avond met mensen die ik nooit gezien of gelezen had, maar die gewoon fijne mensen waren. En mensen die echt zijn. Waar ik om en mee kon lachen. Mensen die ik nog wel vaker wil zien. En wil lezen. Want dat ga ik zeker doen.
Eigenlijk is het best wel gek. Soms ben je bij een log wat je volgt heel benieuwd naar het mens achter de log. Nu ben ik benieuwd naar het log achter het mens. En hoe is het toch elke keer weer mogelijk, dat de gebeurtenissen waar ik het meest tegen op kijk, juist zo leuk zijn? Ik denk dat ik voortaan maar tegen alles wat me te wachten staat ga opkijken. Want dan kan het alleen nog maar meevallen.
Caer, Joan, Tink, Yuri, Lilian, Mevrouw Mikmak, Gewoon Johan, Dennis, Jochem, El Signor, Victoria, Dantzig, Saskia, Jetje, niet loggers J en M, Xeanette en natuurlijk gastvrouw Swan, bedankt voor de leuke avond!
Categorie: levenstekens
12 Augustus '05 - 19:35
de vuilniszak waar muizen uitsprongen
Dinsdagavond had ik een volle vuilniszak. Op dinsdagochtend wordt hier altijd het vuilnis opgehaald, maar het vol zijn van mijn vuilniszakken loopt nou eenmaal niet altijd synchroom met de vuilnisophaaldagen. En dus zette ik de volle vuilniszak op het balkon. Nou moet je weten, dat kan in Amsterdam eigenlijk niet. Amsterdam kampt namelijk met een muizenprobleem en vooral in de oude huizen waar ik in woon. Even twijfelde ik. Heel even maar, want in de zak zat vies kattengrind en ik dacht dat de muizen wel zou afschrikken.
Op vrijdag is het ook vuilnisdag. En dus pakte ik gisteravond de zak van het balkon en zette hem in de keuken. Ik zette hem neer en plof, plof, plof, plof, vier muizen sprongen uit de zak en begonnen wild rondjes te rennen door mijn keukentje. "Aaaaahaaaaaaaargh", riep ik heel hard. Gelukkig waren de poezen in de woonkamer en zat de deur dicht. Maar die monsters zijn natuurlijk ook niet gek, dus terwijl ik daar figuurlijk met mijn handen in mijn haar stond te staan, hoorde ik ze luid miauwen vanachter de deur. Met grote passen liep ik naar de balkondeur en deed die weer open. Een muis had het al snel door, die rende meteen naar buiten. Dat was laat maar zeggen de intelligente muis, maar de rest....aaargh again. De rest snapte het echt niet. Een rende de kattenbak in, de ander rende nog steeds druk rondjes door de keuken en de vierde, dat was echt het doofstomme sulletje of zo, rende richting kier onder de deur waar twee kattenpootjes onder vandaan kwamen. Nou is het zo dat ik muizen best schattig vind. Toch vind ik dat vooral als ze in de natuur rondlopen. Als ze onverwacht uit allerlei hoeken vandaan komen dan kan ik ze minder goed waarderen. Maar een door mijn poezen uiteengereten muis vind ik ook weer zielig. Er moest dus wat gebeuren. En daarom probeerde ik ze naar buiten te loodsen. Nummer twee en drie begrepen de hint, die wisten na een paar minuten de weg te vinden. Helaas liep het doofstomme sulletje nog steeds als een of andere debiel tegen de muren. Dan werd hij weer heel hard terug gelanceerd en rende hij weer richting mijn bloeddorstige poezenkinderen. Ineens bedacht ik me, dat er misschien nog wel meer muizen in de vuilniszak konden zitten en dus gaf ik daar een schop tegenaan. Een heel achterbaks muisje sprong er uit en liep alsof er niet aan het handje was rustig richting balkondeur. Goed, die was ook weg. Nu op zoek naar het domme non wezentje. Wat denk je? Nergens meer te vinden. Overal keek ik, maar nee hoor, niets. Dat kon op drie dingen duiden. Hij was ook naar buiten gesneekt, hij was onder de deur door richting zitkamer verdwenen of hij verstopte zich ergens. Ik gaf het zoeken op en deed de balkondeur dicht en de deur naar de zitkamer open. Met mijn ogen half dicht, ik durfde niet goed te kijken, tuurde ik de woonkamer in. Daar was hij dus blijkbaar niet. De katten rende snel langs me richting keuken en begonnen daar nu met z'n tweeën druk te zoeken. Ik bracht de vuilniszak weg en mijn hard klopte als een debiel toen ik mijn voordeur weer opendeed. Zouden ze de muis gevonden en verminkt of vermoord hebben? Gelukkig bleek dat niet zo te zijn. Ik ging slapen en lag de halve nacht wakker. Elke keer hoorde ik weer een kat rennen en dacht: "Oh nee, ze hebben hem". Vanmorgen keek ik goed of ik niet ergens een onderdeel van een muis zag liggen. Ook dat was niet het geval. Zou het domme muisje dan toch de weg naar buiten gevonden hebben? Het blijven namelijk best schattige beestjes. Zolang ze zich niet in mijn huis bevinden.
Categorie: levenstekens
11 Augustus '05 - 19:09
het Weer
Vanmorgen had ik een gesprek met het weer. Ik riep naar boven: "Hé joh weer, wat is er met je aan de hand? Ben je chagrijnig of zo?"
"Hoe bedoel je", vroeg het weer verbaasd.
"Nou, dit is toch geen zomer man. Kom op, je kunt veel beter".
"Ik weet niet waar je het over hebt", zei het weer nu een beetje beledigd.
"Je weet niet waar ik het over heb? Echt niet? In de zomer hoort het warm te zijn. Het zonnetje hoort te schijnen. Ik hoef toch verdomme mijn herfstkleren niet uit de kast te halen in augustus?"
"Oh is dat zo?"
"Ja dat is zo. En ik heb in Amerika allemaal fijne zomerkleren gekocht, slippertjes, rokjes en t-shirtjes en die voelen zich verwaarloosd. Die zijn een beetje boos dat ze daar maar in de kast moeten liggen. En ik spreek heus niet alleen voor mezelf. Ik spreek namens heel Nederland". De mensen om me heen begonnen nu heftig mee te knikken en het weer toe te roepen dat dat zo was. Dat zij het nu ook vervelend begonnen te vinden.
Het weer keek een beetje badinerend naar beneden. "Tjonge jonge jonge, stelletje zeikerds", mompelde het. "Ik dacht dat jullie dit wilden!"
"Hoe kom je daar nou weer bij? Dit willen we echt niet", riep ik met groot verantwoordelijksgevoel omdat ik nu namens iedereen sprak.
"Ik weet echt niet meer wat jullie willen. Een paar weken geleden maakte ik het nog heel warm, inclusief zonnetje en toen liep iedereen toch te zeiken zeg. Zo van: 'Sjonge, dit is wel heel warm. Als ik een stap verzet dan zweet ik al'. Of: 'In Nederland is het ook meteen zo benauwd als het warm is. Het kan nooit een beetje met mate'. En dan geef ik jullie lekker koel weer en dan is het weer niet goed. Gadverdamme zeg".
Een beetje schuldbewust keek ik om me heen. Mijn medemensen keken een beetje nonchalant om zich heen. Op een paar na, die leken zich ook schuldig te voelen. "Ja, dat is wel zo", mompelde ik een beetje.
"Het is gewoon nooit goed en daar word ik een beetje moedeloos van".
Ik knikte en had zowaar medelijden met het weer. Het deed zo z'n best en wij liepen maar de hele tijd te zeuren. "Dus het blijft nu zo", vroeg ik voorzichtig.
"Als jullie dit echt zo vreselijk vinden dan wil ik het best wat warmer maken. Zodat jullie 's avonds ook nog een beetje op een terrasje kunnen zitten en zo. En dat jullie zonder jas naar buiten kunnen. Is dat okay?"
Ik knikte enthousiast en de mensen om me heen ook. "Dat zou heel fijn zijn".
"Maarrrrrr", zei het weer nu heel bozig. "Als er ook maar één iemand gaat lopen miepen over dat het te warm of te koud is, dan is het over. Dan krijgen jullie alleen nog maar dit. Begrepen?!"
"We hebben het begrepen. Mag het dan nu weer mooi zijn? Ah, alsjeblieft".
"Morgenochtend is het mooi. Ik moet de boel eerst nog even opwarmen. Maar ik blijf bij wat ik zei. Als er iemand gaat lopen zeiken dan is het over met de pret".
"Goed, bedankt weer. Echt, we stellen dit enorm op prijs".
"Oh ja. Nog een ding. Jullie moeten me nog wat beloven. Als ik de zon weer laat schijnen dan wil ik niet meer meteen weer korte broeken en rokjes zien. Dat vind ik toch zo iets belachelijks. Jullie Nederlanders zien een straaltje zon en kleden jullie meteen alsof je aan de Costa del Sol bent en het dertig graden is. Walgelijk gewoon. Bovendien kan ik al die melkflesjes niet aan zien. Echt vreselijk vind ik dat".
En toen was het weer weg. Ik overlegde met de mensen om me heen. We beloofden elkaar dat we niet meer zouden zaniken als het eindelijk mooi en fijn weer was. We zouden niet meteen overdrijven met korte broeken en minirokjes. En we zouden het de rest van het land ook vertellen. Dat doe ik dus nu, bij deze. Ik hoop dat jullie het ook doorvertellen en je er aan houden. Ik wil namelijk dolgraag weer eens op een terrasje kunnen zitten. En jullie volgens mij ook.
Categorie: levenstekens
10 Augustus '05 - 19:50
vriendje T
Blijkbaar is het de week van de vrienden van vroeger. Niet dat ik mijn weken thema's geef, mijn weken krijgen gewoon spontaan thema's. Zo heb ik ooit al eens de week van de stompzinnige huishoudelijke ongelukken gehad. Passeerde de week van de babygeboortes al eens de revue en zal ik nooit de week vergeten van ik - heb - geen - zin - in - koken - ik - loop - straks - wel - langs - de - snackbar - of - ik bestel - wat. Maar die laatste week is dan ook iets vaker langsgekomen. Bijna wekelijks zelfs.
De week van de vrienden van vroeger dus, want daar hadden we het over. Vandaag stond namelijk opeens in onze bezoekerslounge T, mijn vriendje van vroeger. Ik schrok me een rolberoerte want hij was A. gegroeid, had B. geen jeugdpuistjes meer en C. hij had een pak aan. Ineens zag hij er ook vrij serieus en volwassen uit. Nou moet dat op zich geen verassing voor me zijn, de kans dat iemand in meer dan vijftien jaar volwassen wordt is nogal aanwezig, maar toch. Van T had ik toch een beetje het idee dat hij nooit zou opgroeien.
T was altijd even groot, of beter, even klein als ik. En daarom vonden mensen dat T en ik een leuk setje vormden. Zelf vonden we dat minder, maar toch bleven mensen het roepen. "Ah, jullie zijn zo lief samen" of "Kijk nou, hoe schattig!" Uit wraak op deze uitspraken zijn T en ik nooit wat met elkaar begonnen. Maar omdat we toch in zekere zin op elkaar aangewezen waren, werden we wel goede vrienden. En zo stond ik op een bewolkte woensdagmiddag opeens herinneringen met T op te halen in de bezoekerslounge van mijn werk. T in pak nog wel. En T waar ik voor naar boven moest kijken, een rare gewaarwording kan ik vertellen.
"Kijk naar ons K", zei T. "We zijn volwassen en hebben banen". Ik knikte. "Soms zou ik wel eens terugwillen hoor. Wat was je leven toen lekker simpel". Hij beaamde wat ik zei. En toen kwam het. De onvermijdelijke vraag. "En hoe staat het nu met je leven? Getrouwd, samenwonend, kinderen?" Ik slikte even en antwoordde snel: "Niets van dat alles T". Even keek hij me treurig aan, maar al snel kreeg hij een grote glimlach rond zijn lippen. "Gelukkig. Ik ook niet. Maar het wordt wel eens tijd hoor, ik ben er wel aan toe".
Op dat moment kwam mijn collega aanlopen om T op te halen. "Lijkt het je leuk om binnenkort een keer te gaan eten", vroeg T snel. "Gewoon voor de gezelligheid". "Dat lijkt me heel leuk". Snel wisselden we nummers uit en T ging mee met m'n collega.
Een uur later kreeg ik een mailtje van de bewuste collega. "Dat doe je snel, ik laat die jongen vijf minuten alleen en jij sleept er een date uit". Ik typte een mailtje terug. Maar vlak voordat ik het wilde versturen, wiste ik het. Laat haar maar in de waan. Er was duidelijk nooit een vonk en die zal er ook nooit komen, maar het is altijd leuk om roddels de wereld in te helpen en te kijken hoe snel het weer bij je terug komt. Ik hoef T niet als vriendje. Maar er is altijd plek in mijn leven voor een goede vriend van vroeger.
Categorie: levenstekens
09 Augustus '05 - 22:47
het bejaardentehuis
"Oh ja", zegt oma door de telefoon. "We zijn ook in Beth Shalom (het Joods bejaardentehuis) gaan kijken, samen met je ouders".
"Zeg dat nou niet", roept m'n opa op de achtergrond. "Dat hoeft het kind toch helemaal niet te weten".
Mijn opa en oma noemen mij nog steeds het kind. Alsof ik nooit volwassen ben geworden. Helaas ben ik dat wel. En zodoende was het kind al op de hoogte van het bezoek. Het kind had al gehoord dat opa misprijzend om zich heen had gekeken. En dat oma het raar gevonden had dat in de hal, van het appartement wat ze er bekeken hadden, een tv had gestaan. Dat dit het hele huis was, had ze nog niet bedacht. "Dit is niks voor ons", sisten ze mijn moeder toe. "Hier zijn we veel te goed voor". Dat ze dingen vergeten en soms niet eens meer weten dat ik de dag ervoor gebeld heb, dat vergaten ze maar even. En dat oma laatst een pan op het aanrecht had laten staan en toen het zilver was gaan poetsen, vervolgens bijna hun huis affikte, dat zat helemaal ergens in hun achterhoofd weggepropt.
De directrice van Beth Shalom had de grapjes die mijn opa maakte haarfijn door. "U kunt nou wel grapjes maken", zei ze fel tegen mijn opa. "Maar wat doet u straks als uw vrouw er niet meer is?" En toen werd het stil. Pijnlijk stil. Mijn ouders keken naar mijn opa. Zijn hoofd hing voorover. Opeens keek hij recht vooruit en zei met gebroken stem: "Zonder mijn vrouw ben ik niks. Dan ben ik liever dood". Mijn ouders hadden beiden een brok in hun keel. "En u kan echt niet bij u dochter terecht. Zij heeft al een gehandicapt kind in huis", ging de directrice door. "Dat weten we", zei mijn oma. "Ja", knikte mijn opa.
Maar goed, het kind hoefde het niet te weten. Maar ik wist het al. "Oma, dat weet ik al. Mama heeft het verteld", antwoordde ik.
Oma's stem haperde. "R, houd nou toch even je mond", riep ze naar opa. "Ze weet het toch al".
Ik hoorde opa mokken.
"Weet je het al", vroeg oma.
"Ja".
"En wat vind jij?"
"Ik denk dat jullie het moeten doen".
"Oh ja?"
"Volgens mij is het heel gezellig en jullie zitten dan vlak bij mij en dan gaan we samen lunchen en zo".
"Echt?" Mijn oma's stem leefde een beetje op.
"En ik denk dat het beter is. Je weet maar nooit wat er allemaal mis kan gaan".
Ik sprak de woorden uit en wist dat het niet klopte, wat ik te vertellen had. Mijn opa en oma zouden verschrompelen als ze minder vrijheid zouden hebben. Opa rijdt nog zo naar Maastricht en ze gaan vier keer per week uit eten. Ze zouden het vreselijk vinden om op een klein kamertje te zitten met z'n tweeën. Of in het 'restaurant' te zitten tussen de mensen die fysiek slechter zijn dan zij zelf. Maar zo gaat het ook niet meer. Straks brandt het huis echt nog een keer af, of rijdt opa iemand aan in z'n auto.
"We gaan toch niet, denk ik", zei oma. "Het is niks voor ons".
Ik weet dat ze zouden moeten gaan, maar stiekem ben ik blij dat ze het zegt. Dat ze het zelf zegt. Maar wat ben ik bang dat er ooit toch een dag komt, dat wij die beslissing voor ze moeten gaan maken. En dat ik me de rest van mijn leven schuldig ga voelen dat we ze weggestopt hebben. Want zo voelt het toch een beetje.
Categorie: levenstekens
08 Augustus '05 - 18:59
het fietsenrek
Voor mijn huis staat een fietsenrek. In dat fietsenrek hebben alle mensen van de omwonende huizen hun eigen plekje. Dat wist ik ook niet hoor. Totdat een maand geleden mijn bovenbuurjongen me kwam vertellen dat ik mijn fiets op zijn plek had neergezet. Nou ja zeg! De hele straat had een vast plekje en ik had er geen. Bovendien had niemand me even op de hoogte gebracht van het fietsenplaatsingssysteem. Dat werd dus op zoek gaan naar mijn eigen vaste plek in het rek. Gelukkig had ik al ik al snel mijn eigen plekje gevonden.
Maar wat bleek? Dit was echt een rotplekje. Terwijl het op het eerste gezicht zo'n fijn plekje had geleken. Mijn plaats was namelijk aan de buitenkant van het hek. Niks geen toestanden met jezelf in allerlei bochten wringen om 's ochtends je fiets uit het rek te peuteren. Niks geen toestanden met vieze plekken op m'n kleren omdat ik tijden het ontrafelen van allerlei fietsonderdelen van diverse fietsen weer tegen een fiets zonder spatbord had geleund. Nee hoor, gewoon lekker aan de buitenkant, snel erin en snel er weer uit. Dacht ik. Totdat ik de volgende ochtend bij mijn fiets aan kwam lopen en ik zag dat er een grote rode Kronanfiets inclusief enorme fietsmand tegen mijn fiets stond aangeleund. "Hé, dat is niet de bedoeling. Ga eens weg", riep ik tegen de fiets. Maar dat deed de gigantische rode Kronanfiets natuurlijk weer niet uit zichzelf. Hij stond me eigenlijk ook maar een beetje dom aan te gapen, met zijn rottige nummerbordje. Wacht maar, ik zou hem wel even een handje helpen. En dus sleurde ik de fiets naar de dichtstbijzijnde boom en zette hem daar voorzichtig tegenaan. Ik pakte mijn fiets en fietste weg.
De volgende dag liep ik opgewekt de deur uit. Maar wat schetste mijn verbazing? Juist ja, de rottige rode Kronanfiets stond weer tegen mijn lieve blauwe damesfietsje aangeparkeerd. Dus daar ging ik weer. Het rode onding stond nu ook nog voor en achter op slot. En zo makkelijk is zo'n Titanic van een fiets niet te verslepen. Maar goed, het lukte en ik zette hem weer tegen de boom.
De opeenvolgende dagen stond het monster er gewoon weer. Het begon een soort vast ritueel te worden 's ochtends. Ik maar slepen met die f*ckfiets terwijl ik plannen smeedde om hem midden op de weg te leggen, zijn banden leeg te laten lopen of hem een paar straten te verslepen. Maar ik deed het niet. Ik zette hem telkens keurig tegen de boom.
Totdat ik de volgende dag aan kwam lopen en die fiets het lef had gehad, zich aan mijn slot vast te zetten. Nu brak mijn klomp. Wat een brutaaltje. En ik moest verdomme weer puzzelen met sloten en fietsonderdelen. Ik overwoog nog even om een briefje op de fiets te plakken met de boodschap: Als je je fiets hier nog een keer zo neer zet, dan prik ik je banden lek. Gelukkig won mijn gezonde verstand het met de terreurdreiging dat mijn eigen banden dan ook wel eens lek gestoken zouden kunnen worden en deed ik dat maar niet.
Gisteravond kwam ik thuis. Ik wilde mijn fiets op mijn plekje installeren, maar dat kon niet. Er stond namelijk al een keurige bruine herenfiets. Even vloekte ik, maar al snel bedacht ik me dat de bruine herenfiets het plekje mocht hebben. Laat hem maar al die toestanden ondergaan 's ochtends. Bekijk het maar met je rotplek, ik vind wel een ander fietsenrek. En zo liep ik tien meter door en vond een ander vrij plekje midden in een hek dat niet bij mijn woonblok hoorde.
Vanmorgen hoorde ik iemand vloeken. Ik liep naar het raam en zag mijn bovenbuurjongen stoeien met de rottige rode Kronanfiets. Haha, dat zal hem leren. Hem en zijn keurige bruine rotfiets. Mijn fiets haalde ik tien minuten later zonder problemen uit het hek tien meter bij mijn voordeur vandaan. Hij zag er gelukkig uit mijn fietsje. Nu maar hopen dat niemand van de buurmensen zijn nieuwe onderdak gaat claimen.
Categorie: gezien
08 Augustus '05 - 18:24
Dries, gewoon maar Dries 2
Dit wilde ik jullie niet onthouden:
Dries Roelvink over de vanaf dit weekend eveneens op SBS uitgezonden real life soap van Jannes Wolters (een collega C-artiest) in Nieuwe Revu:
'Je kunt je afvragen of er wel ruimte is voor nog zo'n soap. Jannes is een fenomeen, maar toch vooral plaatselijk bekend. Ik heb hem nog nooit ontmoet, maar wel veel over hem gehoord. Toch denk ik niet dat hij het succes van Frans Bauer kan evenaren. Die typische sound van Emile Hartkamp is over. Dat Julio Iglesias-gedoe doet het niet meer, tegenwoordig moet je meer beuken'.
Hier wil ik het (denk ik) maar bij laten.
Categorie: levenstekens
07 Augustus '05 - 23:43
C's broertje
Centraal Station hometown. Ik sta al tien minuten op mijn moeder te wachten die me komt ophalen. Ik heb toch duidelijk verteld dat ik om half zes aan zou komen, maar mijn moeder is altijd te laat. Daar heb ik me inmiddels bij neergelegd. Vroeger wilde ik er nog wel eens over klagen, maar dan heeft zij weer als argument dat ik allang mijn rijbewijs zou moeten hebben en daar heeft ze ook wel gelijk in. Kortom, mijn moeder is te laat en als het mee zit hoef ik nog maar een paar minuten te wachten.
Er komt een jongen aanfietsen met een meisje achterop. In een flits denk ik dat het C is, een van mijn vrienden van vroeger. Maar als ik nog eens goed kijk, zie ik dat hij niet ouder dan begin twintig is. Ik draai me dan ook maar weer om en tuur naar de auto's die aan komen rijden, in de hoop dat mijn moeder er nu eindelijk eens tussen zit.
De jongen zet zijn fiets neer en loopt op me af.
"Ben jij Kaat", vraagt hij.
Ik schrik er een beetje van. "Eh ja. En wie ben jij", antwoord ik.
"Haha, dat dacht ik al. Ik ben F, C's
jongste broer. Jij paste vroeger wel eens op ons, weet je dat nog?"
"Ooooh, ik dacht ook al eerst dat jij C zelf was. Wat leuk. Natuurlijk weet ik dat nog. Hoe gaat het met je en hoe gaat het met je broer?"
Hij begint enthousiast te vertellen. Z'n vriendin komt er bij staan. Leuk meisje ook.
Ik vertel hoe het met mij gaat en zeg: "Goh, ik dacht vroeger echt dat jij homo zou worden. Jij liep altijd in jurkjes en ik moest je dan opmaken!"
F's vriendin begint te lachen. F antwoordt snel: "Ik geloof dat ik dat heb verdrongen. Al heeft m'n moeder er nog wel wat foto's van". We lachen er om.
"Wacht, ik moet even een foto met mijn mobiel van je maken hoor. Anders gelooft C nooit dat ik je gezien heb".
Lachend poseer ik voor de foto. Als F klaar is, zegt hij: "Geef even je mail adres. Dan geef ik dat aan C. Vindt 'ie vast heel leuk".
Ik noem mijn adres op. F zet het in z'n telefoon. Dan nemen we afscheid want F's vriendin moet een trein halen.
"Leuk je weer gezien te hebben. Enne, je bent geen fuck veranderd. Het is dat ik weet dat je dertig bent anders had ik gedacht dat je nog op school zat. Ik begrijp heel goed dat C altijd verliefd op jou was!"
Huh, hoorde ik dat nou goed. C verliefd op me was? C was een van mijn eerste vriendjes. Drie weken heeft de romance mogen duren en daarna dumpte hij me keihard op de oprit van mijn ouders en werden we maar gewone vrienden. Dit voorval zorgde er voor dat ik voortaan altijd de eerste wilde zijn die het uit maakte met vriendjes omdat ik het niet cool vond gedumpt te zijn. Tot Groningen heb ik dat vol weten te houden. Maar C verliefd op me? Haha, dat was een grap zeg.
'Toet, toet', doet een auto voor me. Shit, mijn moeder. Die was ik al bijna vergeten.
"Sorry. Ben een paar minuten te laat", zegt ze terwijl ik de auto in stap. Dat is niet waar, ze is meer dan twintig minuten te laat. "Ik hoop niet dat je het erg vindt". "Ik vind het niet erg mam", zeg ik en ik geef haar een kus. En dit keer is het nog waar ook.
Categorie: levenstekens
07 Augustus '05 - 13:38
Anoniem
Ik zit met een dilemma. En het dilemma is mijn log. Niet dat ik wil stoppen hoor. Oh nee! Ik vind het veels te leuk. Het dilemma is alleen dat ik anoniem log. Dat doe ik zodat ik
meer kan schrijven. Dat ik me niet hoef in te houden omdat ik bepaalde mensen niet wil kwetsen. Aan de ene kant is dat wel fijn, aan de andere kant word ik er lichtelijk paranoïa van. Dan zie ik mensen hier op bezoek komen en dan denk ik; 'Hé is dat niet X?'. Of dan reageert iemand op een bepaalde toon en dan ben ik opeens bang dat het Y is. Of dat ik zie dat mensen googelen op:
Kaat + Desalniettemin of
Kaat + Perzische vader en ga zo maar door. En ik me maar afvragen wie dat zijn. Heel irritant en het kost ook nog eens energie.
Okay, ik log over mijn werk en over mensen die ik ken. En dat doe ik ook niet altijd op aardige manier, maar het is wel waar. Zo voel en zie ik gebeurtenissen en situaties. Maar nu zit ik er dus over te denken mijn anonimiteit aan de wilgen te hangen. Gewoon schrijven wat ik wil schrijven, maar dan maar niet over mensen om me heen. De logjes die ik daar over geschreven heb, gewoon op unpublished te pleuren en klaar. Open en out. Dan hoef ik ook geen mailtjes meer te krijgen van mensen met vragen als: 'Hé Kaat, woon jij in Alkmaar?' of 'Volgens mij zat ik bij jou op school'. Want dan weet gewoon iedereen wie ik ben. En misschien geeft dat toch wat meer rust. Als Kaat kennen bekenden me toch wel en als ze dan toevallig langskomen dan kunnen ze me er gewoon mee confronteren. Ik denk dat ik dat wel zo fijn vind. Dus misschien kunnen jullie over een paar weken
echt zien, wie ik ben. Maar misschien ook niet. Je merkt het vanzelf wel.
ps Logvriendin Anne-Floor kampte een tijdje terug met hetzelfde dilemma. Zou het dan toch een van de weblogfases zijn waar we allemaal doorheen moeten?
Categorie: levenstekens
06 Augustus '05 - 11:52
de Brabantse meisjes in de tram
Het is rond twaalven gisternacht. Centraal Station. Ik zit in tram 24 en ga naar huis. Er stappen twee meisjes in en ze gaan voor me zitten. Twee enorme geblondeerde bimbo's met té korte rokjes en veel nep. Tassen, borsten, sieraden, allemaal nep. En veel make-up. Gigantisch veel make-up. Dat ze hun hoofd nog rechtop kunnen houden met al deze lagen mag je een godswonder noemen. Maar waarschijnlijk compenseert hun herseninhoud de lagen make-up nog enigszins.
Ze komen uit Brabant en spreken dialect. Omdat ik jaren paardrijwedstrijden heb gereden in het zuiden van het land versta ik dit prima. Ze gaan stappen in Amsterdam. "Flenk de biest uuthangun", zegt het ene meisje. "Recken maor", antwoordt de ander. De hele nacht en dan nemen ze de eerste trein terug naar Braboland. Of toch niet? "Wit je? Als ek een leckere kerrel techenkom, dan blef ik daor dus wel tucken hè", vertelt het Bimbo nummer 1. "Ah, das choed. Dan vend ek ok wel iemànd". "Dah luckt zekker". "Jah hoor. In Endhoven slaopen we toch ook nooit bij ons pap en mam". Ze lachen trots. En ik ook. Want inmiddels is de hele tram volgelopen met lekkere mannen. Hele lekkere mannen. Er is alleen een klein puntje. Ze vallen niet op vrouwen. Vandaag is namelijk de Gay Pride. De meisjes hebben echter niks door en als we het Rembrandtplein naderen, beginnen ze opgewekt te gillen dat het heel druk is met aollemoal leckerre vahntjes. Ze staan op om uit te stappen. Ik kijk ze aan en kan het niet laten. "Veel plezier hè en veel succes", zeg ik tegen ze. Ze kijken me gek aan. "Succas", vraagt de ene. "Ja, succes. Met het vinden van een slaapplek. Vooral op het Rembrandtplein". "Wah es er dan?" De deuren gaan open en ze kijken me paniekerig aan. "Daar komen jullie snel genoeg achter. Doehoeg". Ze stappen uit en ik zwaai enthousiast naar ze als ze langs de tram lopen. Aarzelend zwaaien ze terug. De tram rijdt weg en ik zie ze een paar meter verder hun make-up checken. Aaaaah. Schattig. Ze begrijpen het echt niet. Ach, misschien hebben ze wel succes. Ze zouden prima voor travestieten doorkunnen.
Categorie: jeugd
05 Augustus '05 - 10:51
Digger
Mijn ouders hadden vroeger een hond. Digger. Digger kwam als pup bij ons in huis toen ik moest leren voor mijn wiskunde examen. Maar van dat leren kwam vrij weinig meer terecht. Ik deed deelcertificaten en ik zakte voor wiskunde. Dat had natuurlijk weinig met de hond te maken, maar meer met dat ik de rest van het jaar ook niks aan wiskunde had gedaan, maar toch. Uiteindelijk slaagde ik wel voor de her en ik had lol gehad (met en zonder de hond).
Digger was een portret. Echt een hond met karakter. Als ik hem mee nam naar de stad, kon ik maar een paar passen lopen. Altijd was er wel iemand die me aansprak omdat ze de hond zo mooi vonden. Maar behalve dat hij mooi was, had hij ook nog eens een enorm goed karakter. Mijn (geestelijk gehandicapte) zusje verloor hij bijvoorbeeld geen seconde uit het oog. Omdat mijn zusje zo van schommelen hield, stond er achter in de tuin een schommel. S kon zich daar uren op vermaken. En Digger zat dan naast haar te wachten. Urenlang. Als er mensen langs de tuin liepen dan volgde hij ze grommend. Zo van: 'Waag het eens om in de buurt van mijn baasje te komen!'.
Digger had alleen een probleem. Hij luisterde niet zo goed. Als mijn ouders A wilde dan deed hij B. Dus werd het tijd voor harde maatregelen. Digger moest op cursus. Op hondencursus nog wel. Terwijl hij niet echt door had dat hij een hond was. Hij was dan ook erg beledigd toen hij daar tussen de honden stond te wachten en dat liet hij ons duidelijk merken. Mijn moeder zou de cursus met hem gaan volgen. En zo stond mijn moeder daar met de gekrenkte Digger tussen de andere trotse hondenbezitters met hun honden te wachten.
Als eerste moesten de bezitters de honden roepen. Een voor een. Alle honden liepen braaf op hun baasje af. Zo niet Digger. Die keek mijn moeder vuil aan en ging vervolgens zitten. Mijn moeder riep en riep zonder succes. Op een gegeven moment vond hij het ook wel welletjes. Hij stond op, sprong over het hek en ging bij mijn moeders auto zitten.
Tijdens cursus 2 moesten de honden over een balk lopen en door een tonnetje kruipen. Na verloop van tijd hadden alle honden dat wel zo'n beetje onder de knie, behalve, je raadt het al, Digger. Die keek arrogant om zich heen en weigerde een poot te verzetten. "Er zit niks anders op", zei de hondeninstructeur tegen m'n moeder. "Je moet het voor doen". En dat gebeurde. Mijn moeder deed het voor. Mijn moeder die er altijd tip top uit ziet. Mijn moeder die nog een ergere versie is dan ik. Mijn moeder die drie keer per week bij haar beste vriend de kapper zit, kroop door de modder in het tonnetje en liep over het balkje. Gelukkig kon zelfs de hond - die - dacht - dat - hij - een - mens - was, dat waarderen. Hij volgde. Uiteindelijk slaagden ook de hond en mijn trotse moeder voor het herexamen.
Een paar jaar later reed mijn moeder in haar auto. De hond zat op de achterbank. Mijn moeder lette even niet goed op en
boem, ze botste op haar voorganger. Gelukkig had niemand zich bezeerd. Alleen wilde ze een week later de hond meenemen in de auto en kreeg ze hem met geen mogelijkheid naar binnen. Hij weigerde. En die hond was zo groot, dat je hem ook niet even optilde. Mijn vader kwam naar buitengelopen om het schouwspel te bekijken. Maar ook mijn vader kreeg de hond niet in de auto. Totdat mijn vader achter het stuur ging zitten. Toen sprong hij meteen op de achterbank. Tot zijn dood heeft Digger geweigerd bij mijn moeder in de auto te stappen. Die vertrouwde hij niet meer achter het stuur.
Op een gegeven moment werd Digger ziek. Kanker. Binnen een week was hij van een enorm sterke, grote hond een mager scharminkel geworden. Mijn ouders probeerden alles. Alternatieve therapieën, operaties, ga zo maar door, het mocht niet meer baten. Ik kwam naar thuis, thuis en Digger die al een week niet meer op zijn poten had kunnen staan, stond op en liep naar de deur om mij te begroeten. De dierenarts kwam en ik gaf hem nog wat lekkers. Hij keek me aan met zijn grote bruine ogen en ik voelde me schuldig. Maar het ging niet meer. Mijn moeder en ik aaiden hem. Hij leek het te begrijpen. Hij likte me in mijn gezicht en leek te zeggen: "Het is goed zo". Althans, dat wil ik graag geloven. "Zijn jullie er klaar voor", vroeg de dierenarts. We huilden en knikten. En zo ging Digger. In onze armen. Terwijl wij hem aaiden. Toen hij was ingeslapen, zagen wij pas dat er bij de dierenarts grote tranen over zijn gezicht stroomden. "Sorry", zei hij. "Dat doe ik normaal nooit. Maar dit was zo'n bijzondere hond". Hij nam hem mee.
Mijn vader, die het allemaal niet aan kon, kwam thuis met mijn zusje en ons kleine hondje. Toen hij ons zo hysterisch zag, begon hij zelf ook te huilen. De kleine hond liep neurotisch rondjes door het huis en jankte. Mijn zusje liep achter hem aan. Ze heeft nooit meer op haar schommel geschommeld.

Categorie: levenstekens
04 Augustus '05 - 19:00
ik hou van je zeggen
Ik heb een goede relatie met m'n ouders. Dat is wel eens anders geweest. Het was niet altijd koek en ei in het ouderlijk huis van Kaat. We ruzieden wat af. Dat had diverse oorzaken, maar als ik er nu op terug kijk, dan wijt ik het toch voornamelijk aan mezelf. Ik was niet zo'n voorbeeldige dochter vroeger. Nu ook nog niet hoor, maar ik ga vooruit.
Goed, ik heb dus een goede relatie met mijn ouders. Toch heb ik een raar mankement naar m'n ouders toe. Ik kan namelijk niet tegen ze zeggen dat ik van ze houd. Ik weet niet waarom niet. Ze zeggen het namelijk wel tegen mij. Mijn vader zegt het zelfs behoorlijk vaak. Wat wil je? Dat is een Joodse Pers, die heeft 'het emoties uiten' met de paplepel naar binnen gekregen. Maar hoe erg ik het ook probeer, ik kan het niet. Of ik zeg het heel snel, door de telefoon, maar dat gebeurt sporadisch. Tegen mijn zusje kan ik het wel zeggen. En tegen m'n katten. Die zeggen het dan wel niet terug (hoewel, Bojangles heeft het ooit een keer gezegd geloof ik), maar goed, daar kan ik het dus wel bij. En tegen mijn vriendjes. Ja tegen m'n vriendjes kan ik het ook. B en ik zeggen het zelfs nog steeds tegen elkaar. Maar waarom dan niet tegen mijn ouders? Geen idee. Ik zou ze er heel veel plezier mee doen, vooral mijn vader.
Dat wordt dus oefenen. Want elke dag kan de laatste zijn en ik wil dat ze weten dat ik van hun hou. Heel veel zelfs.
In het Engels gaat het overigens veel makkelijker. Misschien kan ik rustig in het Engels beginnen en als ik dan een echt 'I love you' zeggende pro ben geworden, de overstap maken naar het Nederlands. Want I love you klinkt toch een stuk onechter dan pap/mam, ik hou van jou.
Categorie: levenstekens
03 Augustus '05 - 21:08
ik - ben - niet - zielig - meer - bui
Joehoe, ik ben helegaar niet zielig meer.
Vanmiddag belde Victoria: "Ben je thuis?"
"Eh ja, hoezo".
"Zullen wij (Swan en zij) langskomen".
"Gezellig"
"Oh ja en Caer komt ook mee".
Een half uur later waren ze hier. Met een stapel tijdschriften. Op ziekenbezoek. Gelukkig voelde ik me al veeeel beter.
Toen ze vlak voor achten weggingen keek ik even op MSN. En nu zit ik als vanouds met andere logvriendinnen Anne-Floor en Amiek te chatten. Het gaat helemaal nergens over, maar dat is juist leuk. Ik lig krom van het lachen.
En wat anderen er ook van mogen denken. Internet is geen a-sociaal medium. Het is juist heel sociaal. Holladijeeholladijooooo!
Ik ben niet zielig meer. Ik ben slechts een beetje manisch depressief. Gelukkig maar een heel klein beetje.
Ps. Morgen ga ik weer werken. Echt nuttige dingen met mijn leven doen. Hihi.
Categorie: levenstekens
03 Augustus '05 - 13:20
ik - ben - zielig - bui
Als ik ergens heel goed in ben, is het mezelf zielig vinden. Echt, daar ben ik een kei in. Gelukkig hoef ik er de laatste tijd wat minder in uit te blinken, maar vandaag ben ik weer flink aan het oefenen de - beste - ik - vind - mezelf - zielig - koningin van Nederland te worden.
Maar vandaag ben ik dan ook echt ultiem zielig. Ik kan namelijk niet naar de Parade en iedereen gaat! Ja echt iedereen. Dat ik als ik beter was geweest ook niet naar de Parade had gekund wegens zakelijke verplichtingen, daar denk ik maar even niet aan. Ik kan niet en iedereen gaat. Punt uit.
En ik mag ook al niet roken. En ik heb dus best wel zin in een sigaret.
En ik verveel me en er schrijft bijna niemand een nieuw logje.
Op de MSN is ook al bijna niemand aanwezig.
Mijn vriendinnen die op woensdag niet werken, zijn op vakantie.
Ze zijn (tijdens de bouwvak!!!) een huis aan het verbouwen in mijn straat, dus kan ik me bij het lezen van een boek niet concentreren.
Mijn ketel is stuk en de ketelman wil niet komen, omdat hij denkt dat m'n douchekop verkalkt is. Die heb ik al helemaal schoongemaakt, dus dat kan het niet zijn, maar hij gelooft me niet.
En ga zo maar door. Echt er zijn nog veel meer dingen - waarom - ik - me - vandaag - zielig - vind - maar - die - eigenlijk - geen - ene - ik - herhaal - ene - moer - voorstellen - dingen. En als ik me zowiezo al weer vanwege dit soort dingen, zielig ga vinden, denk ik dat het morgen wel weer tijd is om te gaan werken.
Update 14.59: Het regent knetterhard in Amsterdam. Heb nu medelijden met mijn Parardegaande vrienden.
Update 17.15: Het is nu droog en het zonnetje schijnt en Victoria, Caer en Swan komen op ziekenbezoek. Yaay!!! Ik ben niet meer zielig.
Categorie: andermans veren
03 Augustus '05 - 12:27
Onderzoek Mieke

Mieke doet een onderzoek naar de juridische valkuilen van webloggen op de werkvloer. Heel nuttig en fijn om te weten wat de valkuilen zijn. Toch?
Als je dat nou ook vindt, klik dan even op bovenstaande banner en doe mee. Het kost een paar minuutjes tijd en wie weet? Misschien redt het in de toekomst wel je baan. ;-)
Categorie: levenstekens
02 Augustus '05 - 18:51
mijn adresboek
Ik heb een adresboek. Het is eigenlijk geen adresboek, het is een Succes-agenda en achterin is plaats voor adressen. Het is een zwart leren agenda met krokoprint. Daarin schrijf ik met zwarte vulpen. Ik ben nog van de oude stempel. Ooit had ik een Palm, maar ik vind het veel leuker om mijn warrige handschrift te zien en gekras vind ik ook niet erg. De Palm heb ik aan mijn moeder gegeven en van mijn eerste nieuwe salaris kocht ik de Succes-agenda. Ik wilde namelijk best wat succes in mijn nieuwe baan.
In het adresgedeelte van mijn organiser staan vrienden. Sommige spreek ik vaak, anderen minder. Bepaalde helemaal niet meer. Dat zijn eigenlijk ook geen vrienden maar kennissen. Alleen vriend bekt beter dan kennis. "Ik kwam vandaag een vriend tegen", is nou eenmaal leuker dan "Ik zag vandaag een kennis". Mijn echte vrienden zijn maar op één hand te tellen. En die echte vrienden, die heb ik ook al een tijdje.
Vaak krijg ik nieuwe kennissen. Zo gaat dat nou eenmaal. Oude kennissen verdwijnen en er komen weer nieuwe kennissen voor terug. Via Internet bijvoorbeeld. Ik heb al een heleboel kennissen via mijn log leren kennen. Sommige van die kennissen komen in mijn MSN-lijst terecht. En als ik dan een avond niks te doen heb, dan bieden deze mensen toch een fijn alternatief voor een avond tv. We chatten wat. Ik drink een wijntje en rook een peuk achter mijn pc. Het is net zoals in een kroeg zitten, maar dan anders. Achter de MSN ben ik volstrekt eerlijk. In een kroeg trouwens ook, maar toch die MSN maakt je nog eerlijker en zo volgen er ook eerlijke gesprekken.
Soms spreek ik met die mensen af en lijkt het te klikken. Zo is Anne-Floor bijvoorbeeld al een paar keer in Amsterdam geweest, hebben we een hele dag op elkaars lip gezeten en vonden we het daarna nog steeds leuk om elkaar te spreken en zien. Gypsysaskia zie ik heel regelmatig, maar die bleek ik ook al van vroeger te kennen. Bovendien woont ze ook in Amsterdam. Via Saskia leerde ik stadgenoten Victoria en Caer kennen, waarvan ik toch wel mag zeggen dat ik ze ook op regelmatige basis zie. Met al deze dames is er een echte klik. Ik noem ze ook geen kennissen meer, maar vrienden. Of het vrienden voor het leven zijn, zal de tijd me leren. Maar momenteel heb ik een hele leuke tijd met ze en kunnen we fijn over van alles praten.
Ik noem mensen niet zo snel vrienden voor het leven. Vooral niet als ik in de aanloopfase naar een vriendschap moet ontdekken dat iemand niet altijd de waarheid spreekt. Dan is het schluss, over, voorbij. Ik houd niet van jokkende mensen. Ook noem ik mensen geen vrienden voor het leven als ik ze maar twee keer gezien heb. Vrienden voor het leven zijn mensen die ik al een groot gedeelte van mijn leven bij me heb. Mensen die ik door en door ken, mensen waar ik alles tegen kan zeggen zonder bang te zijn ze te kwetsen. Mensen die eerlijk tegen mij zijn. Mensen die er voor me zijn als er wat is. Dat soort mensen zijn mijn vrienden. En als mensen je na twee keer gezien te hebben vriendin voor het leven gaan noemen, dan denk ik dat je nooit een echte vriendschap hebt gehad.
Categorie: gezien
02 Augustus '05 - 10:33
Dries, gewoon maar Dries
Ik wil het even met jullie hebben over Dries. Dries Roelvink. De arme man heeft in navolging van Frans Bauer, Gerard Joling, René Froger, Gordon en Jantje Smit nu namelijk ook eindelijk een realitysoap. In eerste instantie had hij de soap aan de (nu nog drie) grote exploitanten proberen te verkopen. Zonder succes. De televisiezenders vertelden Dries dat hij te veel geld vroeg. Gelukkig wilde AT5 hem wel hebben. Voor minder geld, dat wel. Maar dat maakte de C-zanger allemaal niet uit. Media aandacht is media aandacht. En zo zette de volkszanger zijn handtekening onder het contract met AT5. Dat AT5 vervolgens de uitzendrechten voor een veel lager bedrag aan SBS6 doorverkocht, dat kon hij niet zo waarderen. Maar ja, media aandacht is media aandacht.
"Het gaat leuker worden dan de Bauers en Gerard Joling bij elkaar", riep Dries in de camera. Daarna riep hij iets in de trant van: "Ik ben ook veel gewoner". Oh, gaat het daar tegenwoordig om, vroeg ik me af. Wie is de gewoonste artiest van Nederland. Tja, dat gaat Dries wel winnen. Hij is nooit doorgebroken en heeft nog steeds een modaal salaris, dus zo moeilijk moet het dan niet zijn om die competitie te winnen.
In de aanloop van de eerste uitzending werd de volkszanger uitgenodigd bij 'de Zwoele Stad'. Daar mocht hij de tune van zijn programma zingen. Nou ik zat er voor klaar hoor, laat die tune maar horen. Hij begon: "Ik ben Dries. Gewoon maar Dries. Gewone Dries. Ik ben Dries. Gewoon maar Dries". En zo ging het de hele tijd door. Waarom? Waarom de hele tijd die herhaling? Misschien dat Dries misschien niet gelooft dat wij hem echt gewoon vinden en dat hij ons nu wil hersenspoelen?
Ondertussen was ik wel heel benieuwd geworden naar zijn reality soap. Helaas miste ik het telkens. En als een ding moeilijk is, dan is het een programma missen op AT5. Die worden namelijk tig keer per dag herhaald.
Gisteravond ging ik er echt voor zitten. En zo zag ik Dries die zangles had van Ben Cramer. Ben schijnt al jaren Dries' coach te zijn.
Ben Cramer keek afkeurend naar Dries en ik deed het geluid van mijn tv zachter. Dries was namelijk 'Geef mij je Angst' van Hazes aan het zingen. Een van mijn favoriete Hazes-nummers. Alleen wist hij dit nummer op een wonderbaarlijke manier te verkrachten. Echt, ik kan niet zingen. Maar dit nummer doe ik beter dan hij. Hij zong het zonder overtuiging, heel monotoon en zelfs af en toe vals. Tja, geen wonder dat hij nog niet is doorgebroken.
"Denk je dat Dries ooit door gaat breken", vroeg de interviewer aan Ben Cramer.
Ben Cramer keek bedenkelijk. Hij fronste zijn wenkbrauwen en zei: "Misschien ooit".
"Maar hij is al twintig jaar bezig", zei de interviewer verbaasd.
"Hij moet nog veel leren", antwoordde Ben Cramer wijs.
Ai. Wat zielig. Maar wat een heerlijke tv. Ik zou zeggen; kijkt allen. Reality soap op z'n top. Een man die verwoede pogingen doet maar zo gewoon mogelijk te blijven en ondertussen zonder enig talent te hebben, probeert door te breken. Geweldig gewoon. Fantastische leedvermaak tv. Ramptoerisme op zijn best. Ik hoop alleen niet dat Dries zelf naar z'n programma kijkt. Want nu is hij nog overtuigd van zij